Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grijpt die zij niet weet te hanteeren en dolzinnig tegen zich zelve keert? Vrijheid: is dit woord niet geworden, niet het symbool van rustige kracht, van kalmen vrede, maar van dronken overmoed, van blinden eigenwaan? War twee of drie vereenigd zijn in mijnen naam, daar ben )k in het midden van hen, sprak de stichter en. de koning van het Godsrijk op aarde. Maar, wel verre dat de kerk, ook de protestantsche, het beeld draagt dier eenheid in Hem, zijn zij vaak verre te zoeken die twee of drie, die in Hem vereenigd zijn. Is het niet zoo: wij zijn verre, verre van den morgenstond der gemeente verwijderd ? üe dag is gekomen, maar weder is het nacht. Het is eene middernachtelijke ure in de geschiedenis der kerk.

Middernacht is de ure der diepste duisternis. De kerk ... het zij zoo, zegt gij; het licht verduisterd in de kerk, schijnt in vollen glans in de mensclielijke maatschappij.

In de menschelijke maatschappij : alsof zij kon bloeien, waar aan de wortels die zij heeft in de eeuwigheid de worm knaagt, alsof, waar de kanalen verstopt zijn die het goddelijke licht tot haar moeten brengen, nog liet licht in haar midden helder zou

kunnen schijnen!

Maar het zij zoo. Wij willen niet redeneeren maar onderzoeken.

De maatschappij: gij verstaat er onder, niet waar ? staatkundig, burgerlijk, huiselijk leven, de verhouding der volkeren onder elkander, der burgers van een zelfde land, der huisgenooten.

De verhouding der volkeren onder elkander. Het is een schoone vrucht des christendoms, dat men van eene christenheid spreekt, dat de christelijke volkeren gevoelen verplichtingen jegens elkander te hebben, ja, straks ook gemeenschappelijke verplichtingen erkend hebben jegens de overigen, Heidenen, Joden, Mahomedanen. Het volkenrecht is een vrucht des christendoms, evenals het natuurrecht. Men is begonnen te spreken in de christelijke maatschappij van het recht Gods, later ook van de rechten des menschen. Maar is het niet zoo, dat, terwijl de laatste in het

Sluiten