Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

gedreven, des nachts tot Hem was gekomen, den schijn aannemende eerder van eenen beschermer dan van eenen discipel. N oodzakelijk is die wedergeboorte om in het koninkrijk Gods in te gaan, ja, om het te zien, — want alleen die daarin is ingegaan ziet liet, — dat koninkrijk, dat Israël meende te aanschouwen in zijn nationaal volksbestaan en waaraan het meende door zijne afkomst uit Abraham rechtens deel te hebben. Noodzakelijk is zij, omdat al wat uit het vleesch geboren is vleesch is. Geene vleeschelijke afkomst van den vader der geloovigen waarborgt dus de geboorte uit den Geest. De Geest deelt zich niet mede op den weg van natuurlijke afstamming. De wegen des Geestes zijn verborgen, verborgen als die van den wind, maar niet minder werkelijk, en openbaar in die werkingen. Is de wedergeboorte noodzakelijk om het koninkrijk Gods in te gaan, evenzeer is zij mogelijk, mogelijk van wege de almacht Gods, mogelijk van wege de vatbaarheid des menschen om den Geest te ontvangen. De leeraar in Israël althans, wien de Geest reeds uit de redenen en handelingen deiprofeten des O. Verbonds geopenbaard was geworden, mocht aan die mogelijkheid niet twijfelen. Maar niet alleen hij. Neen, wat is de profetische rede anders dan de uitdrukking van de diepste behoeften en heerlijkste verwachtingen der menschelijke natuur? Daarom stemt het geweten des menschen in met de openbaring, omdat haar daardoor haar eigen wezen is geopenbaard. De noodzakelijkheid en de mogelijkheid der wedergeboorte kan door den natuurlijken mensch die zijn geweten hoort worden toegestemd. Zij behooren tot de aardsche dingen, die de aardsche mensch kan verstaan en dient te verstaan eer hij de hemelsche kan vernemen. Die hemelsche zullen ons thans worden medegedeeld, indien wij althans zooals Nicodemus naar de aardsche gehoord hebben en aan de voeten des Heeren zitten als leerzame, heilbegeerige discipelen, en niet meer in onze hoogheid tegenover Hem staan om Hem te beschermen.

De kracht (vs. 13—15), de grond (vs. 10—18), de vrucht (vs. 19—21) der wedergeboorte is het gedeelte van

Sluiten