Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan tot kinderen des duivels geworden, de wederspannigheid tot openbare en zelfbewuste vijandschap zal zijn gerijpt, eerst dan geschiedt de scheiding. Volstrekte tegenstelling is er tusschen hemel en hel, daar is de onoverkomelijke klove; niet tusschen gemeente en wereld. Hier komt men nog over tot elkander: de gemeente tot de wereld om haar te zoeken en te redden, de wereld tot de gemeente om van haar den Geest te ontvangen. De kerk nu is beeld en uitdrukking van die wederkeerige betrekking deigemeente tot de wereld, der wereld tot de gemeente. Wij weten het wel dat niet allen die opkomen in onze bedehuizen op den weg der bekeering en der heiligmaking zijn, niet allen den Heer hebben zien opvaren in heerlijkheid, omdat niet allen zijn lijden kennen. Maar toch komen allen onder den zegen dien de gemeente bezit, en wanneer wij het bedehuis verlatende de genade des Zoons en de liefde des Vaders en de gemeenschap des H. Geestes afbidden over de vergadering, dan is het niet alleen over degenen die bij ervaring weten wat dat zegt maar over allen. Want hier althans riep u de genade des Zoons, trok u de liefde des Vaders, ondervondt gij iets althans van de gemeenschap des H. Geestes. Hier, omdat onder de verkondiging des woords de Geest dooide gemeente spreekt tot de wereld. Gij dan die de opperzalen zoekt, gij doet wel; maar miskent den tempelzegen niet, miskent de liefderijke bestelling en bedoeling des Vaders niet, die alzoo wereld en gemeente samen brengt. Hebt gij de priesterlijke wijding ontvangen door de gave des H. Geestes, staat gij dus God dienende in het heilige, vergeet dan niet dat evenals er vóór u ligt het heilige der heiligen waar de hoogepriester alleen is ingegaan, evenzoo achter u is een voorhof die ook tot den tempel behoort, en dat de zegen des hemelschen hoogepriesters door n, indien gij priesters zijt op aarde, neder moet dalen op het volk.

Sluiten