Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

openbaart, namelijk zooals die is aangegeven in het fijne woord van Lukas: Die van Athene nu allen, en de vreemdelingen die zicli daar onthielden, besteedden hunnen tijd tot niets anders, dan om wat nieuws te zeggen en te hooren. Begrijpt gij dien toestand? Wij behoeven hier geenszins te denken aan de kleingeestige nieuwsgierigheid en breedsprakigheid van onontwikkelde menschen. Dan ware het atheensche volk het atheensclie volkniet. Neen, daar bestaat eene weetgierigheid, eene vaardigheid des verstands en bedrijvigheid des oordeels, die met het leven des harten niet alleen niet gewekt maar integendeel in slaap gewiegeld wordt. In veel wijsheid is veel verdriets, zegt de wijze (Pred. 1 : 18), men zou ook kunnen zeggen : veel gevaars, namelijk in die wijsheid die van het eeuwige leven afleidt. Bij de Atheners had de vorm het wezen verslonden, de klemmende sluitrede gold voor waarheid, de sierlijke zinsnede voor overtuigend bewijs, het schoone beeld trad in de plaats der Godheid. In tempels en standbeelden hadden zij zich gewend slechts den bijtel en het genie des kunstenaars niet liet verhulde wezen der godheid, in de redenen der redenaars slechts de spelingen des vernufts, in de redeneringen der wijsgeeren slechts de onberispelijkheid des betoogs te waardeeren. Het hoogere doel van alle wetenschap en alle kunst ontging hun: toen het doel dat vroeger hunne groote mannen had aangevuurd, namelijk de onafhankelijkheid des vaderlands, niet meer te bereiken was, waren de vele gaven als aan hun middelpunt onttrokken en verteerden zich in onvruchtbare oefeningen. In één woord het ontbrak den atheenschen geest aan ernst.

Dit is de toestand eener zinkende beschaving. Is het niet in vele opzichten onze toestand, de toestand althans van velen in onze christelijke maatschappij, niet het minst dergenen die zich bij uitnemendheid de beschaafden plegen te noemen ? Men wordt geacht belang te stellen in wetenschap, kunst, maatschappelijlcen vooruitgang, men verbeeldt zich ook dat men daarin belang stelt; het behoort tot den goeden toon daarvoor uit te komen, men wil ook wel gaarne de eentonigheid des levens en langwijligheid

Sluiten