Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlicht, een beschaafd christen, ik ben niet oudervvetsch, ik ben voor het moderne, zoo spreken ook onze beschaafden, maar ik wil nu wel eens weten wat het ware christendom is.

Gij wilt het weten, mijn broeder, mijne zuster. Welnu, gij hebt in dit uur Paulus gehoord. Tegenover den onpersoonlijken God stelt hij den persoonlijken, den Schepper; tegenover uw duister godsbewustzijn, uwe afhankelijkheid van en behoefte aan Hem als den levende; tegenover uwe wereldbeschouwing, als ware de geschiedenis een schouwtooneel waar slechts menschen handelend optreden zonder eenheid van handeling, de zijne, waarnaar de geschiedenis, ja, ook een drama is maar een drama waarvan God de auteur is, God het middelpunt, God de ontknooping. Tegenover uwe zelfgenoegzaamheid stelt hij uwe verantwoordelijkheid; tegenover uwen half sentimenteelen, half verstandelijken godsdienst, den ernst van den zedelijken godsdienst, de heiligheid uwer menschelijke roeping; tegenover uwe verslaafdheid aan het heden, de waarachtigheid van het toekomstig gericht als de wekstem voor het heden; in één woord, tegenover uwe christelijke ideeën, de waarachtigheid van het christelijk feit: Jezus Christus uit de dooden opgewekt.

Dit alles en nog veel meer vindt gij in de rede des apostels te Athene. Wat zegt gij op dit alles? Als gij van de opstanding der dooden hoort, spot gij daarmede, zooals -de Atheners, of wel; — want spotten met zaken van godsdienst is tocli eigenlijk niet beschaafd; — zegt gij beleefdelijk maar zonder ernst: Wij zullen 11 wederom hiervan hooren, zonder dat dit wederom ooit komt?

Weet gij dan wat gij doet? Ik zeg niet: gij zult niet komen tot de opstanding der dooden, de dag des toekomstigen gerichts zal u overvallen als eene verschrikking, want gij gelooft niet aan opstanding en gericht; maar ik wijs u op het voorbeeld der Atheners, om u dit te zeggen: gij verliest wat gij meent te hebben, uwe beschaving, de beschaving die het Christendom afsloot richt zich zelve ten gronde. Is het niet verwonderlijk hoe ongevoelig

III. 11

Sluiten