Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den naam des Heeren schijnt te beschouwen om over de kerk te klagen en uw anathema over haar uit te spreken. Maar bij u wellicht liet meest rust Christus in zijn graf. Waarom veracht gij de kerk alzoo, de onvolmaakte en gebrekkige, ja, die het zal blijven tot aan de voleinding der eeuwen, tot wanneer de gemeente geene kerk meer is maar een koninkrijk? Waarom veracht gij haar alzoo? Is het niet omdat gij begonnen zijt met haar te vergoden, omdat gij van haar verwacht hebt wat Christus alleen geeft: liet leven? Het tegenwoordige geslacht is nog niet ontkomen aan de dwaling, die vijftien eeuwen oud is, namelijk om de kerk te stellen boven Christus, hetzij gelijk in het Katholicisme, dat men onder kerk versta hare inrichting, hetzij, als in het Protestantisme, hare vastgestelde leer. Wat nu de protestantsche kerk geleerd heeft en als leer heeft vastgesteld is uitnemend en goed; en wij doen wel daarop acht te slaan, onze kerkleer is voorwaar eene der heerlijkste uitdrukkingen der waarheid die in Christus is; maar het is Christus zelf niet en onze eenheid ligt daar niet in, maar in Christus. En zie wat nu ontstaat, indien de ware verhouding is omgekeerd en Christus niet in waarheid als Hoofd, Heer, Koning die eeuwig leeft, erkend wordt als het fondament, maar de geloofsbelijdenissen zijner gemeente op een gegeven tijdperk harer ontwikkeling als fondament gelden. Daar ontstaat partijzucht. Zij kan niet uitblijven. Hoe angstvalliger men zich aan de leer bindt, hoe meer men liet persoonlijke, het geloofsleven dempt en bindt en de vrijheid des geestes, als ware zij uit het vleesch, bij den wortel afsnijdt, des te meer draagt men den stempel der getrouwheid, en wordt in grooter of kleiner kring tot middelpunt, tot partijhoofd! Ach, deze wonde gaapt wijd, deze krankheid ligt diep. Haar aanwijzen kan ik, haar te genezen ligt buiten mijn vermogen. Wat de gemeente van Jezus Christus is, ik zeg is niet moet zijn maar in waarheid, in eeuwigheid is, dat zie ik uit de H. Schrift; en dat zij bestaat, dat waarborgt mij de onfeilbare belofte des Heeren. Maar vraagt gij of ik haar zie ? Neen Gel.; onze kerk; — dit is toch duidelijk; —

Sluiten