Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de indrukken wedergeeft die raenschen en toestanden op hem maken. Jezus' woord is vrij, niet bestudeerd, maar daardoor oolc geeft liet de fijnste schakeeringen van zijn gemoedsleven terug en lezen wij door zijn woord tot in het binnenste van zijne ziel. En wat lezen wij daar: oneindige liefde, liefde niet als een begrip, niet als eene plicht, maar als een oneindig, alomvattend, onpeilbaar gevoel; liefde, die zich uitstrekt tot allen en tot alles, liefde, die door niets onbewogen wordt gelaten, die alles weerkaatst, alles opneemt, alles in zich zelve verwerkt. Daardoor is die liefde eene bron van oneindig lijden, maar ook eene almachtige kracht; zij is louter medelijden, omdat zij nergens haar beeld terug vindt en alles moet scheppen door haar woord, dat is door hare zelfopenbaring. Is ons hart een onpeilbare zee van hartstochten en driften, een donkere oceaan door den stormwind gedreven, het hart van Jezus is een onpeilbare zee van liefde, waar alles licht is en licht wordt, wat op dien helderen spiegel terug gekaatst wordt. Zoo openbaart zich Jezus in zijn woord: die dat woord eens verneemt, die daar de tooverkracht van gevoelt, wordt onwederstaanbaar door dat woord geboeid. Hij blijft in dat woord, hij woont er in, en er in wonende woont hij in hem die dat woord spreekt, die zich in dat woord openbaart en geeft. Is het wonder dat zijne 'discipelen de waarheid verstaan? Hij is de waarheid, de grond en het doel der schepping, het afschijnsel der heerlijkheid des Vaders en het beginsel der schepping Gods, en tevens de tweede geestelijke Adam, de mensch uit den hemel. Hem te kennen dat is God en den mensch te kennen, God in zijne natuur, in zijn wezen en werken, den mensch in zijnen oorsprong en bestemming, zijn val en opstanding. Is het wonder dat buiten hem de mensch God niet kennende zondigt? Is het wonder dat in hem de zondaar verlost wordt van zijne zonde en ophoudt te zondigen ?

Jezus is de waarheid, de hoogste waarheid, de waarheid van alle waarheden. Boven hem is er niets meer, noch onder hem. Vraagt gij: waartoe de schepping? Het antwoord luidt: omdat

Sluiten