Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vromen meer dan God. Is het niet zoo ? Als gij uw hart doorgrondt en uwe wegen naspeurt, doet en laat gij niet veel omdat gij de vromen ontziet, hun oordeel vreest, hunne goedkeuring zoekt? Is dit niet ten koste van het ontzag voor God, van de vreeze van zijn oordeel, het zoeken van zijne goedkeuring? Hoe kunt gij bidden, wanneer daar altijd die menschelijke middelaars in uwe gedachten aanwezig zijn ? En hoe kunt gij den tempel Gods bouwen, die wereld winnen voor den Christus Gods, zoo het u meer te doen is de geloovigen af te zonderen en hoogstens voor uwen kring zielen te winnen. "Wat verstaat gij van de veelvuldige wijsheid Gods in de leiding der zielen, wat van de verborgene wegen des Geestes, wat van de behoefte der menschelijke natuur, wat van den onnaspeurlijken rijkdom van Christus? Wat is uwe belijdenis krank, verminkt, afschrikkend! Is zij niet in den grond eene belijdenis dat gij, dat deze of die kinderen Gods zijn, niet eene belijdenis van de heerlijkheid van Hem, aan wien God alle dingen heeft onderworpen en die heerscht aan zijne rechterhand tot dat alle vijanden zijn gesteld tot een voetbank zijner voeten ? En ondervindt gij niet in uwe scheidende, afsnijdende werkzaamheid dagelijks de meest treurige teleurstellingen, teleurstellingen die u verbitteren, die uwen ijver verlammen en die u geheel ontmoedigen, tenzij gij heul zoekt in de koorts der dweeperij ? Of wel: zijn de Christenen die gij kent heilig, althans zich heiligende ? Is dat het kenmerk waarom zij voor Christenen gehouden worden? Helaas, waar wordt meer schijnheiligheid gevonden dan in de kringen der bekeerden? Waar is er meer aanleiding vaak om aan de oprechtheid te twijfelen dan juist daar? Yanwaar komt het, dat bij de wereld het woord vroom in minachting is gekomen, en dat degenen die zich de Christenen noemen, vaak zoo weinig vertrouwen genieten in de maatschappij ? Is het alleen omdat de wereld den Christus vijandig is, en niet ook omdat degenen die vroom lieeten, vaak zoo weinig vertrouwbaar zijn? En zoo zij niet betrouwbaar zijn, is het geen teeken dat het hun aan oprechtheid hapert? De oprechte toch vindt vertrouwen ook bij zijne

Sluiten