Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijanden. Het is een kanker die voorteet in de gemeente, evenals het ongoddelijk ijdel roepen waarvan de apostel spreekt, een kanker dien ik u aanwijs, opdat gij de ziekte kennende tot den geneesmeester moogt gaan om u te laten genezen. Wellicht zijn er onder u, die onbewust op dien dwaalweg zijn gekomen. Ach, dat zij wederkeeren! Zij waren oprecht in hunne bekeering, maar zij hebben vergeten dat de taak der bekeerden is zich te heiligen. Zij hebben vóór den tijd de heerlijkheid van het Godsrijk zich toegeëigend. Het was een roof. Zij hebben de gemeente aan hare onzichtbaarheid willen onttrekken en haar in den vollen middag plaatsen, terwijl de goddelijke geneesmeester nog bezig was hen te genezen, beschouwdep zij zich reeds als genezen. Zij zagen slechts het eene opschrift: God leent de zijnen; en zij vergaten het andere: een iegelijk die den naam des Heeren aanroept sta af van ongerechtigheid. En nu, door een rechtvaardig oordeel Gods derven zij ook den troost van het eerste; want zij kennen de smart niet waarvoor dat woord de vertroosting is. Hebt dan acht op uzelven, gij kranken en blinden, die meent te zien en gezond te zijn. Gaat niet voort op den weg uwer blindheid, laat het niet zoover komen dat de getrouwe God, dien gij tergt, u van wege zijne getrouwheid tot een diepen, diepen val doet komen om u ziende te maken. Die voorbeelden zijn niet zeldzaam. Wordt ziende, nu; dat is, wendt uwe oogen af van de vromen en richt ze op Jezus Christus. Hij is het licht der wereld, in dat. licht wandelende zult gij niet struikelen, bij zijn licht zult gij het licht aanschouwen, het licht over uwen weg, het licht over uw hart.

Maar zoo er zijn die den naam des Heeren aanroepen, en die toch aan den troost des apostels geene behoefte gevoelen, omdat zij zijne smart niet kennen, wie zijn het dan die dien troost kunnen smaken? Zij die, na het eerste ook het tweede opschrift verstaan: Die den naam des Heeren aanroept sta af van ongerechtigheid. Ja geliefde medestrijders en medebelijders, gij hebt troost noodig in uwen bangen strijd en gij kunt den

Sluiten