Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond, niet hun toevallig samenwonen op een zelfde gedeelte van Gods wijden aardbodem stempelt hen tot eene natie. Het was de diepste vernedering aan een Zuid-Europeesch volk, dat in onze dagen zijne nationaliteit zoekt te bevestigen, aangedaan, toen een beroemd staatsman in het begin dezer eeuw verklaarde: Italië is nog slechts eene aardrijkskundige benaming. Nederland. Die naam heeft dus niet alleen eene aardrijkskundige beteekenis. Wat beteekent hij dan? Eene gemeenschap van belangen, eene maatschappelijke vereenigirig opgericht tot bescherming dier belangen, tot wederkeerig hulpbetoon en bevordering van elkanders voordeel? Wordt eene natie gevormd alleen door gemeenschap van stoffelijke behoeften, door de zoo weldadige als onontkoombare noodzakelijkheid van aansluiting en samenwerking tot voldoening aan de eerste eischen van het maatschappelijk leven? Er zijn die zulks beweren, voor wie de benaming vaderland geene andere beteekenis heeft dan die van eene geordende maatschappij, bij wie die benaming alzoo geen ander gevoel opwekt dan de weinig verhevene aandoening van tevredenheid met den geregelden gang van het bestuur. Maar ik zoek hen niet in deze vergadering; ik kan mij niet denken dat zij grootelijks behoefte zouden hebben om God te danken voor Nederlands herstel, al is het ook dat zij niet blind zijn voor het snijdend contrast tusschen de welvaart van het herstelde vaderland, en de kwijning

en het verval van het overheerschte. Immers immers, zoo

zouden zij bij een weinig nadenken moeten redeneeren: de verdeeling der landen en staten kan niet anders dan den stroom van het maatschappelijk leven belemmeren. Uit de noodzakelijke wanorde zou de orde geboren zijn, zoo men slechts aan den revolutiestroom haar vrijen loop had gelaten. Had de centralisatie van Europa zich kunnen voltooien, weldra zou uit het krachtige middelpunt der eenheid de voor een tijd lang opgehoopte en gestremde levenskracht zich in alle aderen en tot de poriën van het groote lichaam hebben uitgebreid. Doch ik wil uwe vreugde niet storen door met dezulken te redetwisten, die ik niet geloof dat zich hier

Sluiten