Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid. Het eeuwige, waarachtige leven wordt gevonden in den dood van het zelfzuchtige, het leven des vleesches. Dwaalt dus niet, God laat zich niet ter zijde stellen-, want zoo wat de mensch zaait, dat zal hij ook maaien. Want die in zijn eigen vleesch zaait zal uit het vleesch verderfenis maaien, maar die in den geest zaait zal uit den geest het eeuwige leven maaien.

I)e apostel spreekt niet uitdrukkelijk van het zaad waarmede de verschillende bodem bezaaid wordt, maar alleen van dien bodem zeiven, hier het vleesch daar den geest. Maar, behalve dat uit het verschil van bodem reeds kan opgemaakt worden, dat het zaad dat gezaaid wordt op den eenen of op den anderen akker verschillend zal zijn, zoo blijkt des apostels bedoeling, als hij spreekt van een verschillend zaaisel, ten overvloede uit hetgeen hij als de dwaling vermeldt dergenen die op het vleesch zaaien, namelijk dat God zich niet ter zijde laat stellen, en nog meer uit de aan ons tekstwoord voorafgaande vermelding van het woord Gods. Op den eenen akker wordt God ter zijde gesteld, op den anderen wordt Hij geplant. Wat is het zaad dat op den akker des geestes valt? Het is zijn Woord. De geestelijke vrucht, die op den bodem des geestes wordt gemaaid en die eeuwig is, is de vrucht van het woord Gods, dat slechts in dien bodem kan gedijen. Op den akker des vleesches kan dat woord niet gezaaid worden; het blijft liggen op den harden grond. Die grond kan het niet opnemen, omdat het met ander zaad bevrucht is. Dat andere zaad, het zaad des verderfs, het zaad der lusten en begeerlijkheden ontkiemt en komt op en de vrucht daarvan is verderf.

Het zaad des Geestes is alzoo het woord Gods, en God wordt ter zijde gesteld, wanneer dat woord wordt verworpen, al zij het dan ook dat men dat woord verwerpende daarmede nog niet meent noch bedoelt God zelf ter zijde te stellen. Immers wie zal beweren zulks te willen doen? Integendeel, is het niet dikwerf in naam van God dat zijn woord wordt verworpen ? Maar dit nu is naar den apostel de groote dwaling waartegen hij zijn

Sluiten