Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vruchten niet tot een nieuw zaaisel wordt aangewend. En is men blijven zaaien? Laat mij u op eene bijzonderheid wijzen, die geschikt is ons het antwoord te geven op deze vraag. Het was tot nog verre in deze eeuw de wel verklaarbare maar niet goed te keuren gewoonte van ons volk, om bij de behandeling der vaderlandsche geschiedenis voor de jeugd en in letterkundige vereenigingen of bij openbare besprekingen van vaderlandsche onderwerpen, het liefst en het langst te verwijlen bij de zestiende en de zeventiende eeuw, en van de achttiende te zwijgen, 't Was natuurlijk: er was zoo weinig groots, zoo weinig goeds van te melden, liefst zweeg men er over; maar die achttiende eeuw heeft ook gezaaid en onze vaderen, ja, wij zeiven hebben geoogst wat zij had gezaaid. En wat heeft zij gezaaid? Voorwaar niet het zaad des Geestes, het woord Gods. Ik spreek van het nationale leven, niet van het leven der enkelen. Ik beweer niet dat er hier geen overblijfsel, geen talrijk overblijfsel was van het volk des Heeren naar de verkiezing der genade. Maar terwijl het openbare leven zich steeds meer losmaakte van het woord Gods, het in de kerk liet bestaan maar voor de maatschappij als onbruikbaar ter zijde stelde, terwijl de openbare meening gevormd werd onder de heerschappij van eene ongeloovige wijsbegeerte die men verlichting noemde, en men argeloos meende der vaderen spoor te betreden en zich met hun roem dekte, als men ook de banden des Geestes slaakte waardoor zij vrij waren geworden, en de tucht des woords verbrak, terwijl men alzoo van ontwikkeling en volmaking en vooruitgang droomde en den grond verliet waarop die alleen mogelijk zijn, wat deden de vromen ? Handhaafden zij der vaderen roem door moedig den stijd te wagen voor het erfgoed hun gelaten, den strijd voor waarheid en recht, voor christelijk-nationale ontwikkeling ? Brachten zij het zaad des woords in het hart der natie en trachtten zij door christelijke kritiek over de nieuwere denkbeelden aan de ontstaande eischen en behoeften der maatschappij te voldoen door de veelvuldige toepassingen en den onuitputtelijken rijkdom van het woord Gods in het licht te stellen ? Plaatsten zij het

Sluiten