Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T

nooit iemand gediend — laat mij liever zeggen, uwer alledaagschheden en platheden? Wilt gij altijd de zwoele, drukkende lucht blijven inademen eener wereld, die niets is en niets geeft dan ijdelheid op ijdelheid? Ach, hijgt uw boezem niet naar de frissche, veerkrachtige lucht daar boven op den berg? Gij, jongelingen en jonge dochters, hebt gij geen lust in reinheid en in kracht, in den heldenmoed der zelfbeheersching en der zelfverloochening ? Ik zesr niet: gaat tot Jezus; hij is reeds bij u; maar laat hem in, geeft hem toegang, hij staat aan de deur uws harten en klopt. Doet, o doet hem open! Gij, ouden van dagen, hebt gij geene begeerte een blijmoedigen, hoopvollen blik voorwaarts te slaan, niet meer altijd naar achteren te zien, op een verleden in rook vervlogen? Wellicht is daar in dat verleden niets dat de vuurproef kan doorstaan. Maar geen nood! daar is geen ouderdom voor den geest, daar is geen sterven voor het hart; die in hem gelooft zal leven ook al ware hij reeds gestorven. Daar is nog niets verloren; het is nog niet te laat. Jezus, de uit de dooden opgewekte, wil met u medegaan, medegaan in den dood. Zult gij ook niet tot hem zeggen: Blijf met ons, ivant liet is bij den avond en de dag is gedaald. Voorwaar, hij zal met u inkeeren en bij u blijven in eeuwigheid.

Of het mij gegeven ware Jezus den Nazarener, den Zoon Gods alzoo te verkondigen, dat er booze geesten uit ons midden gebannen zijn, en dat gij allen als een man opstondt en uit het diepst van uw hart uitspraakt en beleedt: Ja, IJ kiest ons hart eeuwig tot zijn koning! Maar wat's menschen woord niet vermag, uw woord vermag het, Koning der eere! Maar immers dat woord hebt gij ook heden tot ons gesproken en gij zult het verder spreken ! In dat vertrouwen zeggen wij: Amen, ja, kom Heere Jezus! Amen.

1

Sluiten