Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene gedachte, voor een beginsel, voor een christelijk beginsel;

zjet i^t of daar veerkracht is iu die maatschappij van ruwe

Puriteinen, in dat volk, dat aan zijne toekomst gelooft en daarop bouwt als ware het een verleden. — En Nederland?

Nederland! Nederland! Is het niet groot geworden en sterk door die door velen zoo miskende of gehate of jammerlijk verminkte belijdenis der vaderen? En is de partij, die ook thans deze belijdenis is toegedaan, alhoewel eene minderheid geworden, is zij eene minderheid waarmede niet te rekenen is, die geene kracht betoont, die slechts vergetelheid en verachting verdient 1 O, spreekt mij niet van eene oorspronkelijke nederlandsche hervorming, die door het vreemde Calvinisme zou zijn verdrongen en die thans zou verdienen te herleven. Het is hier de plaats niet vraagstukken van dien aard te behandelen; maar dit veroorloof ik mij te zeggen, dat het onder den schijn van vaderlandsliefde voorzeker niet getuigt van grooten eerbied voor het vaderland, voor het nederlandsche volkskarakter en voor Nederlands historie, om aan te nemen dat onze vaderen zoo voetstoots eene vreemde belijdenis zouden hebben aangenomen, met prijsgeving van hunnen eigenen schat. Te meer, zij werd hun niet opgelegd, zij hebben haar vrijwillig aangenomen, ja voor haar goed en bloed prijs o-eliad. Het waren geene vreemde indringers, die den tachtigjarigen strijd gestreden hebben. Het was de landzaat, en deze had vooi verreweg het grootste gedeelte niet de luthersche maar zwitsersche hervorming aangenomen, de zwitsersche in den vorm dien Calvijn daar aan had gegeven. Onze nederlandsche geloofsbelijdenis is calvinistisch; onze heidelbergsche catechismus is voor het grootste gedeelte, wat het bezielend beginsel betreft, calvinistisch. Op de synode van Dordrecht is het Calvinisme niet aangenomen maar bevestigd. Voorzeker, ik wil geenszins miskennen, wat ei aan de anticalvinistische zijde goeds bestond en bestaat. Ik beweer geenszins, dat al onze groote mannen, in de rechtszaal en gehoorzaal, in 's lands vergadering en aan de hoogescholen, op het slagveld en op zee, dat zij allen Calvinisten waren, kinderen der

Sluiten