Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïien wordt. Dat paradijs ligt vooralsnog in de voor ons oog onzichtbare wereld, achter het voorhangsel des doods. Het is de hemel waar Christus ons is voorgegaan, en die hem blijft bevatten tot dat het werk der toebereiding zijner gemeente zal volbracht zijn en zij rijp zal zijn voor zijne heerlijkheid. Dan valt het voorhangsel weg. De scheidsmuur tusschen aarde en hemel is gevallen, en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde verkondigen de heerlijkheid des Verlossers en de heerlijkheid zijner verlosteh.

Zulke heerlijke verwachtingen en uitzichten staan en vallen met de opstanding des Heeren, met zijne lichamelijke opstanding. En nu, wat dunkt u ? Is het voor de gemeente van belang van die opstanding te zijn verzekerd?

Zoo niet, de historische getuigenissen behoeven u niet bezig te houden; hoe vast ook, zij zijn in zichzelve ongeloofelijk.

Het wordt niet gezien dat iemand uit de dooden opstaat.

Hoe zouden wij het van Jezus kunnen gelooven?

De historische getuigenissen hebben alleen waarde voor degenen die de beteekenis van het kruis verstaan.

Wat verkondigt ons het kruis?

De zonde der wereld.

Maar waarin bestaat die zonde?

In de vijandschap tegen God, de dienstbaarheid aan het vleesch.

Onderzoeken wij nu ons zeiven of wij die vijandschap bij ons waarnemen, die tweespalt van geest en vleesch. Hebben wij die waargenomen, dan vragen wij: kan die tweespalt van God zijn? Ziet, de heidensche wijsgeer haar gevoelende leerde dat de stof uit den booze was, het lichaam de kerker der ziel; liever leerde hij dat dan God tot oorzaak der tweespalt te maken.

Maar de stof is niet uit den booze, zij is bestemd orgaan te zijn des geestes; het lichaam kan een geestelijk lichaam zijn.

Welnu, zie hier de mensch uit den hemel, in wien de tweespalt is opgeheven. jL Izoo is er ook geschreven : De eerste mensch

Sluiten