Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zijne rijke, rijke schepping. Dit verwachten wij; zoo lang die verwachting niet is vervuld zuchten wij in ons zelve.

Welnu, die verzuchting doet ons het zuchten van het schepsel verstaan; onze verwachting is hare verwachting; bij ons die de eerstelingen des Geestes ontvangen hehben, bestaat die verwachting bewust, bij haar onbewust. In onze kleine wereld, de wereld onzes gemoeds, maar die toch zoo groot is, zoo rijk, zoo diep, spiegelt zich het lijden der wereld af. De kinderen Gods, en zij alleen, weten dat het gansche schepsel te zamen zucht en te zamen als in barensnood is tot nu toe.

Maar nog eens: hoe weten zij het? Wat is de grond van dit hun weten ? Welk recht hebben zij om in hun eigen gemoed de oplossing te vinden van het wereldraadsel?

Ik antwoord, dat de kinderen Gods deze gemoedservaringen maken alleen ten gevolge der betrekking waarin zij getreden zijn met één buiten hen, met één die de Zoon Gods heet, en in gemeenschap des Geestes met hem. Zij hebben den Geest ontvangen uit de prediking des geloofs. In jezus Christus' hebben zij den Geest der heiligmaking aanschouwd die de banden des doods verbreekt; van hem hebben zij dien ontvangen. Welnu, worden zij hem nu gelijkvormig gemaakt in zijnen dood, zij zullen het ook worden in zijne opstanding. Zij weten het dat Christus, opgewekt zijnde uit de dooden, niet meer sterft, dat de dood geene macht meer over hem heeft (Rom. VI: 9). Zij zien hem, die een weinig minder geworden dan de engelen, van wege het lijden des doods, met heerlijkheid en eere gekroond, opdat hij vele kinderen tot de heerlijkheid zou leiden (Hebr. II: 9, 10). Zijne heerlijkheid is hun profetie der hunne, en de hunne profetie der heerlijkheid der schepping Gods. Het lijden der wereld verstaan zij uit hun lijden en hun lijden beschouwen zij in het licht der heerlijkheid van Christus. Die heerlijkheid verspreidt haar licht over al het geschapene. Uit haar verstaan wij dat het lijden des tegenwoordigen tijds niet is te waardeeren tegen de heerlijkheid die aan ons zal geopenbaard worden; en die heerlijkheid

Sluiten