Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar de Heere God als wallen heeft opgeworpen in de wateren tot uwe verdediging, en waar gij met geringe scheepsmacht aan een tal van zeekasteelen het doordringen kunt beletten ? Voorzeker, ongeloof is het en traagheid en lafhartigheid, een klein land niet voor verdedigbaar te houden omdat het klein is, en zijn volksbestaan afhankelijk te stellen van de gunst der groote mogendheden en de grillen der staatkunde. Een volk, dat kruipt om te bestaan, heeft kracht noch recht. Niet te verachten voorzeker zijn de natuurlijke vastigheden van dit kleine land, niet te verwaarloozen de hulpmiddelen door God zelf in onze hand gelegd. Reeds één en andermaal werd hier in dit kleine land de macht verbroken van een wereldmonarchie. Maar toch, onze geschiedenis leert ons ook wat er van ons kan worden, als God de Heer, wind en storm verwekt tegen ons, de waterwegen tot een effen baan maakt voor den vijand, den arm van den krijgsman verlamt of het oog van den staatsman benevelt, of het volk in blinden waan in eigen ingewand doet wroeten. Daar zijn sombere jaren in onze geschiedenis. 1672, 1795, zij prediken ons luide, hoe de nederlandsche maagd gehoond en vertreden wordt, als zij in de hand die de speer hield, de tweedrachtsfakkel opheft, en met de andere waarmede zij leunde op haren bijbel, gaat steunen op den rieten staf van vreemde hulp.

Uw borstweer, uwe vesting, o Nederland, de kracht uwer verdedigingsmiddelen, de wijsheid uwer staatslieden, de steun uwer vorsten, de band uwer provinciën, is uw God, de levende, de God der kleinen. Wat vermogen tegen Hem machtige vorsten en groote wereldrijken? Hij geeft de woudduive niet weerloos over aan den gier en den arend. Hij heeft aan kleine volken hunne bestemming gegeven even als aan groote. Zijne kracht is niet verzwakt en zijn arm is niet verkort. Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er. Hij is uw kracht, o volk van Nederland. Hij uwe vesting en borstweer. Met U hop ik door eene bende en met mijnen God spring ik over eenen muur. (Ps. XVIII: 30).

Sluiten