Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kunt gij te midden der verdervingen die gij aanschouwt uwe veerkracht behouden? Zult gij den strijd nooit moede worden? Bij geene teleurstelling? Bij geene miskenning? Bij geene nieuwe ontdekking van de macht der verdervingen in de wereld? Ach, welk een taak hebt gij ondernomen: de verdervingen der wereld tegen te houden. En wie zijt gij om te overwinnen. Is de verderving alleen in de wereld en niet ook in uw hart? Waar is uw licht, waar is uw kracht, waar is uw wapen? Gij hebt alles nog te zoeken, alles nog te scheppen voor den strijd. En intusschen grijpen u de verdervingen aan van buiten en van binnen en gij zijt overwonnen eer gij den strijd hebt aanvaard.

Is daar geene genezing voor deze smart, geen balsem voor die altijd opene wonde? Is daar geen einde aan ons lijden, geene vaste hoop, die in staat zij ons boven de werkelijkheid te verheffen, ons kracht te geven om niet alleen het lijden te dragen, maar om het te dragen zooals het alleen gedragen moet worden, met vreugde, met dankbaarheid, in het genot van eenen vrede die alle verstand te boven gaat?

Het is een wonderwoord, dat wij u daar uit onze Heilige Schriften hebben voorgelezen, een woord, zooals dat alleen uit Israël is voortgekomen, een dier woorden van Israels profeten, die in den nacht der eeuwen als een blijvende boodschap van heil ons te gemoet klinken en als een woord Gods in ons hart weergalmen.

„Ik neem mijne toevlucht onder de schaduw uwer vleugelen, totdat de verdervingen zullen zijn voorbijgegaan!"

«Totdat de verdervingen zullen zijn voorbijgaan.""Wonderlijk woord! Is het niet ongerijmd. Vijf-en-twintig eeuwen zijn daar voorbijgegaan sinds dit woord gesproken is, maar met die vijfen-twintig eeuwen niet de verdervingen. Ziet veeleer om u heen. Wordt daar minder geleden op aarde dan toen? Wordt daar minder gezondigd dan toen ? Heeft het kruis wellicht in den toestand der wereld eene kennelijke, tastbare, voor allen ontwijfel-

Sluiten