Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja, ook hij, de vreugdegever. Ook Jezus heeft een vasten gekend. Het was een vasten voor hem toen hij de beteekenis van den Johannesdoop had erkend en mede zijn hoofd boog onder liet strafoordeel van Jehova's profeet over geheel zijn volk. Toen vastte hij in de woestijn veertig dagen, tot hij zijne eerste discipelen vond, de eerste bruiloftskinderen, en met hen ter bruiloft ging te Kana in Galilea! Het was een vasten voor hem met de bruiloftskinderen aan den disch te Bethanië, toen hij zich liet zalven tot zijne begrafenis; aan den paaschdisch in den nacht te Jeruzalem, toen hij bij brood en beker sprak: Ik zal niet meer drinken van deze vrucht des wijnstoks, tot op dien dar/ wanneer ik met u dezelve nieuw zal drinken in het koninkrijk mijns Vaders. Toen werd zijne ziel bedroefd tot den dood toe. Een vasten aan het kruis, toen hij de lafenis der wereld weigerde, om liaar straks aan te nemen, wanneer hij het woord zal kunnen spreken: Het

is volbracht Het was zijne spijze den wil te doen des \ aders

die hem gezonden had; en die wil was, niet om de wereld te veroordeelen maar te verlossen. Daarom verheugde zich zijne ziel wanneer „deze dingen" geopenbaard werden aan de kinderkens, en voelde hij honger noch moeheid als de samaritaansche zijn woord geloofde; daarom hield hij in de woestijn een feestmaal met de duizenden die van zijn woord leefden en vergeten hadden spijze te nemen; en zat mede aan aan den disch in het tolhuis. Daarom was het hem een vasten zelfs in de feestzaal van Simon den Farizeër, een vasten te Nazareth waar hij van wege hun ongeloof geen teekenen kon doen, een vasten meermalen zelfs doorgaans te Jeruzalem op de hooge feesttijden, en bezocht hij liever het gasthuis te Bethesda of de stille woning te Bethanië, dan dat hij mede juichte met de verblinde menigte of mede aanzat in de weelderige paleizen. Een vasten was het hem zoo vaak zijn hart zich moest sluiten; een genieten zoo vaak hij zijn hart kon uitstorten. Een genieten als de bruid zich tot hem keerde; een vasten als zij zich van hem afwendde.

Nu vastte hij niet, noch hij noch zijne bruiloftskinderen. De

Sluiten