Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het materialisme en idealisme beide zijn te veel in strijd met de werkelijkheid dan dat zij den mensch zouden kunnen bevredigen. Het blijft ten slotte voor het onopgeloste raadsel staan en verkondigt de tweespalt waar hij de eenheid niet ziet. Natuur en geest worden tegenover elkander geplaatst als twee onverzoenlijke beginselen, en de mensch is het treurig produkt van den strijd van twee vijandige machten. Daar kampen zij met elkander in de geschiedenis, met wisselende kans, de God des lichts en de God der duisternis. I)e materie is het booze, de geest het goede beginsel, en de ziel des mensehen, straal van het hemelsche licht, ligt gekluisterd in den kerker van liet lichaam. Ach, ware toch deze troostelooze voorstelling begraven gebleven in het graf van den zoon des menschen en niet weder verrezen in de gemeente des verrezenen! Maar — ik wil niet spreken van vroegere afdwalingen, van oude ketterijen in den schoot der christelijke kerk; ik vraag of er niet heden ten dage eene zoogenaamde rechtzinnigheid bestaat, die dit dualisme onbewust tot grondslag heeft; of er niet zijn, ook onder u wellicht, die bij voorbeeld het als zeer ontijdig beschouwen dat eene uitspraak als die van onzen tekst voor de gemeente behandeld worde ? Immers, zoo oordeelen zij, de schepping is eene gebeurtenis, ja, eene gebeurtenis' van het grauwe verleden, waarmede sedert den zondeval de menschheid niets meer te maken heeft, een leerstuk der dogmatiek zonder beteekenis en zonder vrucht voor het leven. Zij beginnen de geschiedenis niet met Genesis I maar met Genesis III, of beschouwen Genesis I als door Genesis III opgeheven, de heerlijkheid der schepping als vernietigd dooiden zondeval, en schoon het leerboek der hervormde kerk van de goddelijke voorzienigheid spreekt als van „de almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle creaturen gelijk als met zijne hand regeert" (Heidelb. Catech. vr. 27), zco spreken zij van de edelste creaturen Gods op aarde als van kinderen des Satans, en zien in Gods schoone wereld niets dan heerschappij des verderfs, het rijk des

Sluiten