Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben met al den gloed eener van nature groote ziel, tot welker diepten de Geest Gods was doorgedrongen, en net dien toon van overtuiging, welken de ondervinding der waarheid alleen kan geven, wordt de Apostel als aan de hoogte zijner vreugde en zijner hoop ontrukt, en zijn geest is nedergeslagen bij de gedachte aan het lot zijner broederen naar het vleesch, die op zoo groot eene zaligheid geen acht geven: .Ik zeg de waarheid in Christus, dus lezen wij, in het begin van het IXde Hoofdstuk, „ik lieg niet, mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest, dat het mij eene groote droefheid, en mijn hart eene gedurige smart is; want ik zou zelf wel wenschen verbannen te zijn van Christus voor mijne broederen, die mijne maagschap zijn naar het vleesch; welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de dienst en de beloftenissen, welker zijn de Vaders, en uit welken Christus is zooveel het vleesch aangaat, dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid, amen. In het vervolg van dit Hoofdstuk beschouwt de Apostel deze aanneming van het Evangelie door de Heidenen, en deze verwerping van het Evangelie door de Joden van de zijde van God: hij verbergt met hetgeen geheimzinnig is in deze beschikking der Voorzienigheid; hij ziet daarin een raadsbesluit van God, van dien God die niet antwoordt van zijne daden, en aan wien de mensch zich moet onderwerpen zonder het waarom te vragen.

Echter is dit raadsbesluit van God om zich een volk uit de Heidenen te verkiezen, en aan hetwelk alleen een overblijfsel van Israël zou deel hebben, - dit raadsbesluit, 'twelk reeds in de Profetische schriften van het Oude Verbond is geopenbaard, — niet derwijze bovennatuurlijk dat er geen midden oorzaken zouden te vinden zijn door welke God hetzelve in den tijd ten uitvoer legt; hetgeen God eeuwiglijk besloten heeft hecht zich in de uitvoering aan menschelijke oorzaken. De menschelijke oorzaak nu der verwerping van het Evangelie door de Joden wordt in het Xde hoofdstuk beschreven: de Joden hebben hunnen Messias ver-

Sluiten