Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn het alle verschillende trillingen van dezelfde snaar, de snaar der onrust, der onloochenbare, onmiskenbare, onvernietigbare, maar onbevredigde godsdienstige behoefte. Ik geloof voorzeker, zoo heet het hier. aan eene liefdevolle, wijze voorzienigheid die alles bestuurt; want, had ik dat geloof niet, ik zou geen rust hebben. Maar hebt gij rust, gij, mijn broeder, die alzoo spreekt? Ik twijfel niet aan een leven na dit leven, zoo luidt het verder; want wat ellende hier beneden! Maar waarom huivert gij toch, mijn broeder, bij de gedachte aan dat volgend leven, dat immers voor de geledene smart zoo veel vergoeding zal geven? Ik geloot aan deugd en menschenwaarde, al ben ik zwak en al heb ik vele tekortkomingen. Waarom, mijn broeder, komt gij altijd te kort en zijt altijd zwak, heden gelijk gisteren, morgen waarschijnlijk gelijk heden? Wanneer zal dan toch die toekomst zijn, dat uw deugd onbesmet zal blinken en uw menschenwaarde heerlijk uitkomen? Ik heb maar één symbool, zoo spreekt de waanwijze van den dag, die meent boven alle symbolen van het heden en van den voortijd te staan: het is de liefde. De liefde! de liefde! Ach, laat mij er liever over zwijgen. Weten wij niet bij ervaring wat van de liefde te denken van hen die er altijd over spreken? Zij die den zin van dit woord hebben beginnen te verstaan, spreken er liefst niet veel over, meenen althans niet dat het leven zelf ook het symbool des levens is. Zal ik nog verder gaan: zal ik zeggen hoe de belijdenis des eenen luidt vooruitgang, des anderen, wetenschap, ja, hoe er zijn die aan den tijd gelooven, en wier gansche belijdenis daarin bestaat, dat zij aan de negentiende eeuw gelooven ? Ik zal u niet verder met deze opsommingen vermoeien; wij kennen ze genoeg uit de literatuur van den dag, die eentonige varianten van hetzelfde thema. Alleenlijk dit: al deze belijdenissen hebben geene kracht, zij zijn geene levensbeginselen, men legt ze aan zich zeiven op, men maakt zich diets dat men gelooft; ze wassen niet uit ons zeiven, ze zijn geene belijdenissen van geloof. Ziet het. Na de moeitevolle inspanning om ze uit te spreken, daartoe gedrongen of bij plechtige gelegenheden, haast men

Sluiten