Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus en die gekruist. Ja, in de belijdenissen der gereformeerde kerk hervond ik den invloed der fransch-zwitsersche, bepaald der calvinistische hervorming, waaraan ik, een zoon der fransche martelaarskerk, een kind van den Rejuge reeds in het ouderlijk huis en in de fransche catechisatiekamer en onder de fransche prediking niet vreemd was geweest. Doch overigens, over partijnamen bekommerde ik mij niet, en bekommer ik mij nog niet, en of ik rechtzinnig was of vrijzinnig, wist ik toen niet, en weet ik in den grond ook nu nog niet. Christus is mijn heer en meester gebleven, hij mijn gids ten leven, hij de beheerscher van mijn inwendig leven, hij mijn roem in de wereld en mijne hope voor de toekomst. Waar ik iets van hem vind, daar opent zich mijn hart; waar ik hem mis, daar is het gesloten. Ik weet dat al het zijne liet mijne is door liet geloof; niet — behoef ik het te zeggen? — alsof de toeëigening reeds volkomen ware, alsof de oude mensch reeds gestorven en de nieuwe reeds volkomen ware; dat zij verre; — maar ik weet dit, dat hij zich niet ten halve geeft maar geheel, en daarom is mijne hope op hem volkomen. Volkomen ook mijn geloof, dat waar iets van hem is, zij het ook nog zoo weinig, hij daar zelf is. Ik vinde hem dikwerf daar waar velen zeggen: hij is er niet en ik vinde vaak daar, waar men roept: hij is er, niets dan zijn afbeeldsel of een grafschrift, al luidt ook dat grafschrift: de Heer is waarlijk opgestaan. Doch genoeg: aan niemand dan aan hem heb ik mij ooit onderworpen; en dit zijn de droevigste oogenblikken mijns levens, oogenblikken van eene onbeschrijfelijke treurigheid en onmacht, wanneer de blik des geloofs op hem verduisterd is. Ach, dan heb ik geen steun; en geen leer, geen werk, geen beroep op bekeering in het verledene, geen leerstuk van verkiezing of volharding der heiligen kan mij troosten. Hij alleen!

Of ik rechtzinnig was of vrijzinnig, wist ik niet en weet ik niet, Geliefden! Toch weet ik wel dat zij die mij volgen meestal den eersten naam dragen; dat ik ter wille mijner rechtzinnigheid

Sluiten