Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om ons geloof als persoonlijke meeniiig te beschouwen en liet eeuwig en goddelijk karakter der waarheid die wij belijden en die in ons leeft, te miskennen ? Gevaar om, van wege zoo veelvuldige ervaring van onmacht in de wereld, of, van wege niet minder veelvuldige ervaring van ontrouw aan die roeping, aan onze priesterlijke wijding te twijfelen? Gevaar in één woord, van aan liet geloof schipbreuk te lijden, hetzij door aan Gods gave, hetzij door aan onze vatbaarheid om haar te ontvangen te twijfelen ? En het laatste is niet minder gevaarlijk dan het eerste.

Hoe kunnen wij ons nu in zulk een toestand, zoo vol gevaren, verblijden ? Hoe ons verheugen over de v e 1 e r 1 e i verzoekingen waarin wij vallen?

Daarom kunnen wij het, omdat zij noodig zijn voor hetgeen het hoogste, het boven alles wenschelijke is, buiten hetwelk niets anders wenschelijk meer is: het geloofsleven. Omdat zonder die verzoekingen het geloof niet beproefd kan worden, dat is niet gelouterd, niet bevrijd van al hetgeen het anders zou onderdrukken, niet ontwikkeld en tot volkomenheid gebracht. Zonder de verzoekingen, die den mensch roepen tot aanhoudenden strijd en waakzaamheid, zou het geloof van lieverlede in het natuurlijke leven verzinken, dat is tot een toestand van onbewustheid vervallen, die zelfs als zoodanig niet zou kunnen blijven bestaan, evenmin als de grond zijne vruchtbaarheid behoudt als hij niet wordt bebouwd. De verzoekingen zijn als regenvlagen en stormen en onweders, of ook als de verzengende zonnestralen, als al die natuurverschijnselen, wier aaneenschakeling de wisselingen van den dampkring, de opvolging der jaargetijden aanduidt, die, ja, ieder afzonderlijk, doodelijk werken kunnen, den grond verschroeien, het zaad verstikken, het loover verdorren, de bloesems verstrooien, de knoppen afwerpen, den oogst vernietigen: maar zonder welke er toch geene weldadige werking van licht en lucht en regen zou zijn. Zij leeren den landman waken en werken, opdat zijn oogst niet vernietigd, zijn land niet onvruchtbaar worde. Hij onderwerpt de natuur in dezelfde mate als hij haar dient. Welnu zoo is het.

Sluiten