Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te midden van den strijd des levens? Of is het leven niet een strijd? Niet alsof er strijd ware in het leven, en men zich dat leven zelf moest denken als iets kalms en ongestoords, als een vrede, maar die door den gestadig opkomenden strijd verstoord wordt; neen, maar is het leven zelf niet in iederen zin strijd, één strijd? Ja, wel in iederen zin. Ons stoffelijk bestaan is eene gestadige verovering op den dood, maar, zooals de Prediker het zoo treffend beschrijft, al het veroverde moet weder van lieverlede worden afgestaan. Aan de natuur ontleenen wij onze krachten, ons lichaam wordt er heerlijk door opgebouwd, maar eindelijk begint het gebouw te wankelen, te vervallen, ten laatste stort het in; die krachten der natuur schijnen voor een oogenblik harmonisch saam te werken en aan onzen wil te gehoorzamen, maar dan onttrekken zij zich, wij willen, maar kunnen ze niet beheerschen; zij hebben ons voor een wijle bezocht, maar dan verlaten zij ons, de ontbinding nadert, de stofwisseling houdt op en het woord wordt vervuld: stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeeren. En ons geestelijk leven? Indien het bestaat in gelooven, in hopen en lief hebben, de behoefte daaraan is met onze natuur gegeven en dus onverstoorbaar. De mensch is daartoe gezet, dat hij geloove, hope, liefhebbe; dat is zijn leven, zijn waarachtig, menschelijk leven, en die behoefte is onverstoorbaar. Maar om haar te vervullen, om in waarheid te gelooven, te hopen, lief te hebben: is er iemand die deze behoefte gevoelt, deze bestemming heeft erkend, die niet tevens van den ontzaglijken strijd weet te spreken, die het kost om te doen naar deze zijne natuur en zijne bestemming? Ik wil hier niet uitweiden: maar wordt het geloof niet door de dagelijksche ervaringen des levens op harde proef gesteld, en met het geloof de hoop? Loopen wij o-een gevaar van te zeggen: wat niet is zal ook met worden; wat niet gezien wordt is er niet; IJdelheid der IJdelheden, hetis alles ijdelheid. En met het geloof en de hoop sterft de liefde in het hart. Alleen in de dingen die niet gezien worden is er waarachtige gemeenschap; de geest alleen is het die lief heeft en

TT 1 ^

Sluiten