Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeker weten — dat God een welbehagen heeft aan hem, kind ■des stofs, aan hem, armen zondaar.

' Daarom is het ons niet genoeg, dat het ons gezegd worde, zij het ook uit den hemel. Wij moeten die liefde zien, wij moeten haar gevoelen. Dat welbehagen in menschen moet voor ons als vleesch en bloed worden, blijken te zijn niet een •schoone droom, een ideaal, eene profetie, maar tastbare werkelijkheid.

Het kerstevangelie zouden wij niet kunnen gelooven, indien •wij de liefde Gods niet belichaamd zagen in hem wiens geboorte die hemelstem wekte, indien zijn leven niet ware ééne vervulling dier profetie.

Welnu, zijn leven getuigt voor de waarheid dier profetie. Zijn beeld staat daar vóór ons, aanschouwelijk voor een ieder, in die Tier kleine bundels die wij evangeliën heeten, en die, ondanks al bet fragmentarische van den vorm, het vreemde en soms raadselachtige van den inhoud, en schoon kennelijk geen der schrijvers bedoelt eene voltooide of met de andere overeenstemmende schilderij te geven, eene juist daarom des te meer treffende overeenkomst aanbieden in het beeld dat zij ons teekenen. De harmonie der evangeliën behoeft niet kunstmatig gezocht te worden; zij is daarin, dat wij in al die berichten, die wij soms moeilijk in elkander kunnen passen, de liefde zien optreden menschelijk denkend en voelend, menschelijk bewogen en bestreden, lijdende en strijdende, maar in haar grond onbewegelijk, in haar wezen onveranderlijk, eeuwig als God.

Het is de aard der liefde zich te bedekken. Het is hare kuischheid slechts in teekenen te spreken en haar geheim te verbergen. Tn deze soberheid openbaart zich hare kracht; zooals alle kracht sober en nuchter is en alle zwakheid overspannen. Niets ligt verder van den aard van Jezus dan sentimentaliteit, gezwollen toon of weeke jammerklacht. Slechts zeldzaam veroorlooft hij zich eenige ontboezeming; of liever — want natuurlijk is hij in alles — verraadt zich het diep bewogen hart door een kort woord

Sluiten