Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men: ,goud en zilver heb ik niet," zonder dat er op kan volgen:

„maar wat ik heb, dat geef ik u."

Als schapen zonder herder. Voorzeker, ook thans.

Dit is wat men noemt de sociale qnestie. De groote menigte voelt zich verlaten, verlaten van den staat en van de kerk,

Nu zijn er die den rechten herder zoeken en vinden. Maar daar zijn er ook, in steeds toenemenden getale, die zich als verscheurende wolven werpen op hen, die zij meenen dat herderen moesten zijn, en die het niet kunnen of niet willen zijn.

Hopeloos, naar den mensch, is deze toestand. Wat is onze

troost ?

Vooreerst dit, de grond van allen troost: de eeuwige, onveranderlijke ontferming Gods.

Het hart dat daar in Galilea klopte voor de verlorene schapen

van het huis Israëls is het hart Gods, het hart Gods voor de

arme, arme menschheid.

Nog altijd dezelfde ontferming, die den armen, armen mensch

„iet veracht en niet vleit en die niet aan hem wanhoopt. Geen

menschenhart begint te kloppen of die klopping des harten vindt

weerklank in het hart der eeuwige liefde. Met onnaspeurbare en

onverbreekbare vezels is het hart des lijdenden menschen op aarde

verbonden aan het hart van den verheerlijkte daarboven, die

daarom man der smarten geweest is op aarde, opdat hij aller

smarten zou dragen, aller schuld verzoenen en de medelijdende

hoogepriester zou zijn, niet meer met zwakheid omgeven, een

barmhartig en getrouw Hoogepriester, die hooger dan de hemelen

geworden is en gezeten aan de rechterhand van den troon der

majesteit. , , ,

Hij heeft medelijden met onze zwakheden en kan te hulp

komen, zelf verzocht geweest zijnde, dengenen die verzocht worden.

Maar dan ook, dit hart van den Zoon des menschen, het hart Gods in de menschheid, het klopt ook in de Zijnen, die hij op aarde heeft achtergelaten.

Sluiten