Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den zoon dezer dienstmaagd tot een volk stellen, omdat hij uw Zcidid is "

Het was hard, maar het was niet kwaad in de oogen des

Heeren, des rechtvaardigen en barmhartigen.

Daar was nu eenmaal eene verkeerdheid in het huis van Abraham ingeslopen; een ban, door het ongeloof gelegd, die door het geloof alleen kon worden opgeheven.

Het was nu eenmaal zóó, zooals onze dichter zingt.

Twee vorstinnen,

Gedoogt de tentgordijn van Mamre niet, noch binnen Haar plooien deze twee, schoon spruiten van één stam:

Den herder en den held, den woudstier en het lam.

Deze roepingen, van Izak en van Ismaël, loopen uit elkander en kunnen «aast elkander niet bestaan. En de moeders?... Ook Ha-ar heeft eene belofte des Heeren en haar voegt het slavenjuk niet meer. Nu wordt zij van den Heer ontslagen, en de vrijheid die zij vroeger op eigen weg gezocht had, verkrijgt ze thans op Gods weg. En Sara - vorstin moet zij blijven, en waar zij haar slavin moet verliezen, kan zij haar als evenknie niet dragen: „Twee vorstinnen gedoogt de tentgordijn van Mamre

mCt Het geloof moet den ban, door het ongeloof gelegd, opheffen. Voor Abraham is het eene geloofsdaad, den geliefden zoon met zijne moeder weg te zenden, haar voor éénen dag nog uit te reiken wat haar slavendeel was in zijn huis, en haar dan aan •s Heeren genade en trouw over te geven. Voor Hagar, eene geloofsbeproeving, nu als de vrije uit 's Heeren hand alleen te leven, de gemakkelijke dienstbaarheid op te geven voor de moeilijke vrijheid.

Voor Hagar was deze tocht zonder zonde; geen vlucht, maar een volgen. Waarom dan mist zij den weg en verdwaalt zij thans in de woestijn, waarin zij zich vroeger zoo koen had gewaagd, zoo zeker dat haar natuurgevoel en haar trek naar den geboortegrond haar niet zou misleiden? Om dezelfde reden,

Sluiten