Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op eenmaal wijd het oog en spitst het oor? Wat ziet zij op eenmaal schichtig om zich heen en schijnt te luisteren. \\ at hoort zij? Is het de flauwe echo van haar eigen stem, teruggekaatst door de rotsen in het verre verschiet? Is het bij het naderende duister het brullen van den leeuw, het huilen van den jakhals der woestijn? Is het wellicht de naderende woestijnstorm, die zacht murmelend begint totdat hij, het zand der woestijn

opzweepend, loeit als een reus? Is het maar neen, met e

zenuw van het gehoor wordt het eerst aangedaan, noch schokt de golving van de lucht de afgematte leden. Neen, diep in de ziel weerklinkt het woord, hoog uit den hemel komt het. Het lichaam trilt, het oog schittert, in de gloeiende woestijn stroomt als een electrische stroom haar door de leden, omdat de ziel bewogen wordt, omdat het zielsoog ziet en het zielsoor hoort. „Hagar, Hagar, Wat is u? Vrees niet, want God heeft naar des jongens stem gehoord, ter plaatse waar hij is. Sta op, hef den jongen op en houd hem vast met uwe hand, want ik zal hem tot een groot volk stellen." Zoo luidt de stem.

De stem. De stem, van wien? Zij ziet niemand. Maar toch is haar de stem wel bekend. Die stem spreekt ook met macht en aan haar waarachtigheid kan niet getwijfeld worden wanneer men haar hoort. Het is de stem van Hem, wiens woord op aarde was met gezag, en die als Hij uit den lioogen hemel spreekt gehoord wordt in de diepte van het hart, dat van dien hoogen hemel slechts gescheiden is door het voorhangsel van liet vleesch. Daar lag eene belofte begraven in het hart dier troostelooze moeder; daar was, als die bloeiende doornenstruiken, een ontkiemend geloof geweest in dat hart, op verborgen wijze onderhouden door het levend water der geloofsgemeenschap in het aardsvaderlijke huis. Thans scheen het alles gestorven en begraven in dat hart. Met het sterven van het kind sterft ook voor haar de belofte en sterft haar geloof. Maar het kind was niet gestorven, al had zij het ter aarde besteld, en de belofte was niet gestorven, en haar geloof niet, al hief zij den lijkzang aan. Hoort het,

Sluiten