Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel het ineenvallende weder alzoo saam te voegen, dat scheuren en reten niet gezien worden? Maar indien wij minder om de kerk dachten, zou het beter worden met de kerk; indien wij minder voor de kerk ijverden, zou haar kracht grooter, haar

invloed dieper zijn.

Beschouwen velen niet den eeredienst als den godsdienst en meenen zij niet dat hunne christelijke taak daarmede is afgedaan, indien zij predikatiën hebben aangehoord, in kleiner of grooter getal, en vooral die gekeurd hebben?

Ziet, wij Protestanten, noemen onze kerk eene kerk des woords, onze voorgangeren dienaren des woords. Dat is onze,

dat is hun eeretitel.

Het woord is het orgaan des geestes, maar de werking des woords is louter geestelijk, onzichtbaar, onnaspeurbaar.

Onze kerkelijkheid dus, zoo zij niet de vrucht draagt dat wij in het leven betere, meer betrouwbare en zelfstandige menschen zijn dan zij die de kerk verachten, heeft luttel waarde.

Het woord! En dit in den lioogsten zin: geene woorden; maar het woord des levens, het woord Gods: wij uwe voorgangers hebben het u te brengen uit het hart tot het hart. Gij leden der gemeente hebt het te ontvangen, d. i. te verstaan, gij hebt het na te denken; gij hebt het in u op te nemen, te

bewerken en te b e 1 ij d e n.

Die belijdenis van uw hart brengt gij weder mede in de vergadering der gemeente. Niet lijdelijk hebt gij te hooren, maar ook niet met prikkelbaarheid. Geene verketteringszucht, maar een hart dat den Heer zoekt zal u den Heer doen vinden.

En zoo gij alzoo opkomt in onze heilige samenkomsten, dan komt gij niet alleen voor u zeiven, maar ook voor de gemeente; gij komt als gemeentelid; uwe voorgangers u het woord brengende, spreken tot u, ja maar ook in uw naam. Gij vormt ben, zooals zij u. Gij bidt voor hen zooals zij voor u. Zoo wordt de ééne geest openbaar in één lichaam, in het ééne geloof, in den éénen doop, in de verscheidenheid der gaven.

Sluiten