Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

profetie niet minder recht hebben dan Jeremia en Daniël in hunnen tijd, niet minder recht dan wanneer er thans profetische stemmen gehoord worden, die daar zeggen: Waakt, want het is de ure en de macht der duisternis. Niets staat vast, alles zinkt, kerk en staat.

Voorwaar; — en ook hij, die deze zijne discipelen uitzendt met deze blijde boodschap, kent dien somberen toon der profetie. Van den tempel, Gods tempel, luidt het: „daar zal geen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden", en van Rome: „Waar het doode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden."

En toch is zijn last onwankelbaar dezelfde, voor zijn dood, na zijne opstanding, door den Heiligen Geest, altijd dat troostrijke woord: Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

Nabij. Nabij toen in Israël; nabij straks op de wegen der heidenen en in de steden der Samaritanen. Nabij nu, te midden van onzen strijd en ons lijden, onder het verval der kerken, de ontbinding der staten, terwijl de revolutie dreigt en iedere kalmte slechts voorbode is van den storm.

Het is nabij, want het is er. Deze mensch Jezus, die daar zijn kruisweg bewandelt, weet het en ziet het. Hij ziet den Eeuwige, hij leeft in den Eeuwige. Daar staat hij, ongekend te midden der luisterende scharen en der bespiedende Farizeërs, en spreekt zijne wonderspreuke van het koninkrijk der hemelen voor de kinderkens die hem verstaan, terwijl de wijzen en verstandigen zeggen: deze rede is vreemd, deze profeet uit Nazareth, die den Vader altijd ziet en altijd hoort is uitzinnig.

Hier is de eeuwigheid geopenbaard, het voorhangsel is verscheurd : wij zien in het heiligdom. Deze man der smarten is de Zoon des Vaders; hij leeft in den tijd maar is eeuwig; hij ziet de eeuwen voorbijsnellen aan zijn voet maar wordt er niet door bewogen; de dagen der wereld geteld, de geschiedenis als eene aaneenschakeling van oorlogen, volk tegen volk, koninkrijk tegen koninkrijk; ja, de natuurlijke orde der dingen voorbijgegaan, de

Sluiten