Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat gij de menschelijke sympathiën van Jezus hart niet verstaat en dus het lijden der liefde niet kent. A\ at is u de heerlijke evangeliegeschiedenis anders dan eene luchtverheveling, schitterend, verblindend, maar ras voorbijgaand; eene theophanie hoogstens, ja, eene Godverschijning zooals aan Mozes in den braambosch en op den berg, maar niet de waarachtige menschwording Gods? Gij verstaat niet welke geloofsmoed en geloofskracht in deze woorden ligt, in dien nacht uitgesproken: „Ik zal den Vader bidden en Hij zal u eenen anderen Trooster zenden."

Den Vader. O dat de jongeling uit de volle rijke wereld van zijn rein gemoed, waarin de geest Gods woonde zonder mate, dat woord „Vader, mijn Vader", als uit de diepte voelt opkomen en onwillekeurig uitspreekt, geen wonder. Daarvoor was hij Jezus; Jezus, de uit den Heiligen Geest geborene, de door de engelen des hemels bezongene. Dat zijn optreden was in de kracht diens Vaders en het woord des heiligen toorns in den tempel uit zijn hart als een vuurvlam opsteeg: „maakt niet het huis mijns Vaders tot een huis van koophandel"; nog verstaan wij het, want Israël kende hij uit de Schrift, het volk der uitverkiezing, dat heilig moest zijn gelijk zijn God heilig is. Wie niet eerst het ideaal ziet vóór hij de werkelijkheid kent, beheerscht die werkelijk niet, maar wordt haar slaaf en doet niets in de wereld dat blijft. Maar toen die wereld volkomen onvatbaar bleek om iets van zijne idealen te verstaan, toen hij nergens, neen nergens weerklank vond, zelfs niet bij zijne verbaasde en overstelpte jongeren, toen in dat Israël, het volk der uitverkiezing, alomme de Satan hem tegengrimde, toen hij eindelijk verraden was en verkocht, toen hij stond overgeleverd te worden aan de heidenen door zijn volk Israël, toen die lichtwereld zijns gemoeds onder de diepste, diepste duisternis scheen onder te gaan en hij eindelijk, waar als hij altijd was, in plaats van het: „Ik dank u, Vader,' moest klagen: „Mijne ziel is geheel bedroefd tot den dood toe', „mijn Vader indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van mij voorbijgaan" (Matth. XXVI: 38, 38) dat hij nu, in

Sluiten