Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijsgeerig overdenken en wetenschappelijken arbeid te wijden. Neen, om anderen te verrijken en daardoor zelf op te wassen in kennis en genade. Dit woord: „ik bid u, ik de gevangeneinden Heer" is, in dezen brief vooral, dat een encyclisch schrijven is, typisch voor zijn geheele werkzaamheid in zijne gevangenschap te Rome. Van daar uit, wat al schatten van leering en vermaning en vertroosting voor de gemeenten die hij gesticht had en die zijn aangezicht niet meer zouden zien, voor al de gemeenten der christenheid toen en later, voor ons die na 18 eeuwen nog die schatten komen putten in zijne schriften! En waar hij anderen verrijkte, verrijkte hij zichzelven, of liever kwam hij zelf tot de volkomene rijpheid des geloofs, van de kennis en de ervaring der waarheid, die onafscheidelijk zijn. Hoe groot is niet de afstand tusschen zijne eerste brieven, die aan de Thessalonicensen, en die welke uit de gevangenschap te Rome zijn geschreven, die aan de Efesiërs en de Kolossensen, met die aan Filemon. Tusschen in liggen de brieven aan de Galaten, de Korinthiërs en de Romeinen. Merkt men deze volgorde op, dat ziet men de opklimming en de ontwikkeling. De omtrekken zijner theologie blijven dezelfde, maar hoe naakt zijn zij nog in de brieven aan de Thessalonicensen, vergeleken bij de volheid van den brief aan de Efesiërs. Uitgangspunt en weg en doel blijven dezelfde: het kruis van Christus en zijne opstanding uit de dooden; de gemeente levende door en uit den Heiligen Geest; Christus' wederkomst in heerlijkheid. Maar hoe veel rijker is die weg geworden en hoe veel verder in 't verschiet schijnt daardoor het doel te liggen. De gemeente, die tot rust en arbeid wordt vermaand in de eerste brieven, in de verwachting van haren Heer, is nu geworden het lichaam van Christus, de volheid desgenen die alles in allen vervult. Al het voorafgaande onderwijs, zelfs in den zoo rijken brief aan de Romeinen, wordt in dien aan de Efesiërs saamgevat en voltooid. Hier eerst kan men spreken van een volledig leerstelsel, dat geene der in de christelijke kerk mogelijke kwestiën van leerstelligen of practischen aard

Sluiten