Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wereld het wel doen kan zonder u, dat gij voor de groote taak der menschheid wel kunt gemist worden; indien gij wel zegt, met Salomo — er zijn er niet velen, trouwens, die het zeggen —: „ik ben een klein jongeling, ik weet niet uit te gaan noch in te gaan," maar niet om daaraan toe te voegen het gebed: „Geef dan uwen knecht een verstandig hart." Knecht des Heeren te zijn in de wereld, dat is eene schoone roeping voor u allen, wie gij ook zijt, die geroepen wordt tot de heerlijke vrijheid der kinderen Gods.

Welnu, in deze harmonie, deze heerlijke samentreffing van de goddelijke roeping der maatschappij en van de goddelijke roeping van den individu, bestaat het natuurlijk, het Gode welgevallig ideaal der jeugd. Dat is de wijsheid, die gij te begeeren hebt, door persoonlijke wijding van u zeiven en toewijding aan de menschheid, een werk Gods te doen in de wereld; mede te bouwen aan den eeuwigen tempel. Niet slechts als een nevelgestalte te zweven boven, als een schim voorbij te gaan in de wereld; noch als een die in de geboorte sterft geen naam achter te laten, die uw eigen naam is, maar eene zedelijke kracht te zijn en een orgaan van zegen. Licht te hebben en licht te verspreiden; getroost te zijn en te troosten; rechtvaardig te zijn en het recht te handhaven; welke ook uw weg zij, op iederen weg is dit mogelijk, mogelijk als een wijze te leven en als een koning te sterven.

Dat is het ideaal.

Niet dit: lengte van dagen zonder wat de waarde en de eer des levens is te bezitten. Midden in den arbeid te sterven is geen ramp; maar te leven zonder dat de taak aangevangen is of terwijl de arbeid gestaakt wordt.

Niet dit: schatten te vergaderen die in het sterven niet worden medegenomen, en eene eer na te jagen die ons niet nadaalt (Ps. XLIX : 18).

Niet dit: gevreesd te worden en bij zijn heengaan verlichting achter te laten bij degenen, die ons gevreesd hebben.

Sluiten