Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoeken de rijken het koninkrijk Gods niet, het komt ook tot dezulken die het niet zoeken.

Vinden de rijken den toegang niet, die toegang kan hun ontdekt worden.

Wordt de ingang versperd door een boozen geest, achter den boozen geest staat de goede die hem verjaagt.

Het koninkrijk Gods nadert ook tot dezulken, die het niet zoeken. Zie, zegt de Heer ergens, door den mond des profeten: „Ik zal mij laten vinden van een volk, dat mij niet zoekt."

Zal ik u wijzen op de uitwendige roepstemmen, die daarin de wereld gehoord worden, en die niet minder in de paleizen dan in de hutten doordringen? Om met het uitwendigste te beginnen: wat beteekent de rustdag in deze zoo woelige, werkzame maatschappij, waar ieder zijn dagtaak heeft, in deze negentiende eeuw, die de leuze „scheiding van kerk en staat" vertolkt als beteekende zij scheiding van godsdienst en maatschappij? Waarvan spreken die tempelgebouwen die daar oprijzen in iedere stad en dorp, sieraden der groote steden, vereenigingspunten der landelijke bevolkingen? Wat zegt ons onze jaartelling, wat de gestadige terugkeer der christelijke feesten? Indien de mensch niet leeft „als de beesten die vergaan", indien hij slechts opmerkt en, zij het ook nog zoo vluchtig, nadenkt, dan moet hij stilstaan, voor dit raadsel, dat de godsdienst bestaat, dat het christendom zijne stomme getuigen heeft in de wereld sinds achttien eeuwen, getuigen, die geene barbaarschheid, geene revolutie, geene commune anders dan voor eenige jaren of dagen kan vernietigen. De revolutie heeft hare dagen; het Christendom zijne eeuwen. Is er iemand onder de oppervlakkigste, de onnadenkendste menschen, die niet soms stilstaat voor dit verschijnsel en vraagt: wat beteekent het?

Maar daar is meer. Men kan dit verschijnsel ignoreeren, er niet over nadenken. Maar wat men niet meer kan ignoreeren, zoodra men zich met maatschappelijke belangen bemoeit en eenig

Sluiten