Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die voor de wereld leeft, denkt weinig na. Hij heeft er geen tijd voor. Toch wordt hem die tijd gemaakt, en moet hij wel ondanks zichzelven nadenken, nadenken over zichzelven en zijne toekomst. Daar steekt de storm op in zijn leven: wellicht lijdt hij groote verliezen; wellicht dagen onbekende tegenstanders op die hem het leven verbitteren; wellicht overvalt hem krankheid; wellicht snijdt de dood onbarmhartig af wat hem het liefst was op aarde. Ja, buiten dat alles, overvalt den mensch soms plotseling, zonder aanleiding, op onverklaarbare wijze, een gevoel van angst voor het heden en voor de toekomst. Hij wordt op eens voor de armoede en de leegte van zijn hart geplaatst. Hij ziet naar binnen en hij ziet in een afgrond. Hem overkomt wat op onovertrefbare wijze in de elegie van Job beschreven is: „Voorts is tot mij een woord heimelijk gebracht, en mijn oor heeft een weinigje daarvan gevat; onder de gedachten van de gezichten des nachts, als diepe slaap valt op de menschen, kwam mij schrik en beving over en verschrikte de veelheid mijner beenderen. Toen ging voorbij mijn aangezicht een geest; hij deed het haar mijns vleesches te berge rijzen. Hij stond, doch ik kende zijne gedaante niet; een beeltenis was voor mijne oogen; er was stilte en ik hoorde eene stem zeggende: Zou een mensch rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn maker? Zie, op zijne knechten zou hij niet vertrouwen; hoewel hij in zijne engelen klaarheid gesteld heeft. Hoe veel te min op degenen, die leemen hutten bewonen, welker grondslag in het stof is! Zij worden verbrijzeld door de motten; van den morgen tot den avond worden zij vermorzeld; zonder dat men er acht op slaat, vergaan zij in der eeuwigheid. Verrijst niet hunne uitnemendheid met hen? Zij sterven, maar niet in wijsheid" .... (Job IV : 12—21).

En deze inwendige 3tem, wordt zij niet verklaard door de ontzaglijke stem der wereldgeschiedenis? Aan den storm van binnen sluit zich die van buiten aan. De eene afgrond roept den anderen. Aan de stem des geestes binnen in ons, paart zich de stem des geestes buiten ons. Nog ruischt in ons midden de pro-

Sluiten