Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onbekende, en door de zonden begravene behoeften, daarom, omdat hij, de eengeboren zoon, ook de eerstgeborene is aller kreatuur, het beeld Gods, en dat de mensch naar dat beeld is geschapen. Hoe dorst zijn ziel naar het Godsrijk, naar de eenheid aller koninkrijken der wereld in God zijnen Vader. Daartoe is hij in de wereld gekomen om „van de twee één te maken in den nieuwen mensch", en „in hem, als het hoofd, te vergaderen beide, dat in den hemel is, en dat op de aarde is". Voorzeker, het woord: „ik zal u geven al deze koninkrijken en hunne heerlijkheid" liet kon als een Godswoord weerklinken in zijne ziel, want het is zijn recht: voor hem zijn zij bestemd.

Hij heeft het absolute recht. — Macht is recht, zegt de wereld, en ervaart de leugen van die spreuk in de onmacht die zij te gemoet gaat. Keer de spreuk om en dan is zij waarheid, de waarheid, schoon de wereld die niet erkent omdat zij haar niet ziet: recht is macht. Ja, eeuwig blijft het recht en triomfeert het recht. Het absolute recht is ook de absolute macht.

De absolute macht. Twijfelt gij aan die macht? Jezus niet. Die eenzame pelgrim der woestijn laat het zich zeggen en strijdt ernstig tegen de verzoeking van dit woord, dat de wijzen dezer eeuw met een spottenden glimlach zouden ontvangen en wel reden hebben het te doen: „zeg tot deze steenen, dat zij brood worden". „Werp u zeiven neder van de tinnen des tempels, het zal u niet schaden". Wij behoeven voorzeker de kinderlijke voorstelling deiMiddeneeuwen niet, van een lichamelijken duivel, met Jezus mond tot mond sprekende en met hem door de lucht varende; — en het is immers onnoodig in eene ernstige vergadering der christelijke gemeente, die de evangeliën kent, onze evangelisten vrij te spreken van eene voorstelling die door hun eigen verhaal, dat alles in de woestijn en in den geest doet plaats vinden wordt gelogenstraft; — wij behoeven die niet om in te zien, dat hier bij Jezus eene absolute wondermacht wordt ondersteld, eene macht die uit zijn recht voortspruit. Behoef ik het u te zeggen, dat met de loochening van die macht dit geheele verhaal een onwaardig V. 20

Sluiten