Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de door hem gestelde en als zoo moeilijk beschouwde vraag oplost, zelfs nog voordat het zichzelf die heeft gesteld. Deze onwetende Samaritaan bezat vanzelf (<puMi, Rom. 2 :14) het licht, dat de Rabbijnen niet gevonden of m hunne theologische haarkloverijen verloren hadden. Zoo werd de verontschuldiging, die hij heeft durven opperen, krachteloos gemaakt. Er bestaat een merkwaardige overeenkomst tusschen het gedrag, dat Jezus den Samaritaan toeschrijft, en het woord van Paulus over de wet, die in het hart is geschreven, en over haar betrekkelijke vervulling door de heidenen (Rom. 2 . 14—16. — lightfoot heeft aangetoond, dat de Rabbijnen over het algemeen hen, die geen leden van het Joodsche volk waren, niet als naasten beschouwden. Misschien hadden zij geleerde debatten daarover in hunne scholen. Daar het woord xtoitnov hier zonder artikel staat, zou het ook voor een adverbium kunnen worden aangezien. Hier is echter eenvoudiger, het op te vatten als een tot een substantief gemaakt adverbium {ó Het *«/, en, waarmede de

vraag begint, stelt haar in een nauwe betrekking tot het voorafgaande antwoord.

2°. Vs. 30—35: De gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan.

ys> 30 32. De priester en de Leviet: „Jezus )

antwoordde, en zeide: Een zeker mensch kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en hij viel onder struikroovers, die, nadat zij hem ook van zjjn kleederen beroofd*) en hem slagen gegeven hadden, heengingen en hem halfdood 3) daar achterlieten. 31. En hij geval kwam een zeker priester den-

1) T R. leest hier met A D en 15 Mjj. It.; »BC Syr. laten het weg.

2) E en 6 Mjj. lezen e&v,**, in plaats van

3) T R leest hier met AC en 13 Mjj., rvyXxvo*tx, dat N B L - g

laten.

Sluiten