Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren een godsdienstige partij, maar de schriftgeleerden vormden een officiëele kaste. Zij waren de wijzen, de deskundigen, die de fijne voorschriften in de wet ontdekten, zooals b. v. dat, waarop vs. 42 zinspeelde, en ze aan het geweten der vromen overlieten. Zij speelden de rol van geestelijke leidslieden. De meerderheid van hen schijnt tot de pharizeesche partij te hebben behoord; in het N. T. treffen wij althans slechts de zoodanigen aan. Maar hunne officiëele positie gaf hun in de theocratie een hooger gezag, dan dat van een eenvoudige partij. Zoo verklaart zich de uitroep van hem, die Jezus hier in de rede valt: „Door zoo te spreken beleedigt gij ook ons, schriftgeleerden," hetgeen in zijn oogen een grooter vergrijp is, dan het beleedigen van de Pharizeën. Evenals tot de Pharizeën, richt Jezus in zijn antwoord drie verwijtingen tot hen. Hij laakt bij hen: 1 het godsdienstige intellectualisme (vs. 46); 2° het vervolgende fanatisme (vs. 47—51); 3° den verderfelijken invloed, dien zij op den godsdienstigen toestand van het volk uitoefenden

(vs. 52). In vs. 53 en 54 wordt het einde van den

maaltijd beschreven.

Va. 45 en 46. De letterknechten}: „En een van de schriftgeleerden, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! als gij deze dingen zegt, beleedigt gij ook ons. 46. Doch Hij zeide tot hem: Wee ook u, schriftgeleerden! want gij belast de menschen met lasten, die moeilijk te dragen zijn, en zelf raakt gij deze lasten niet aan met een van uw vingers."

Er schijnt geen wezenlijk verschil te hebben bestaan tusschen de uitdrukkingen vofiittis, en ypxpnxTsvs.

Zie vs. 53, en vgl. vs. 52 met Matth. 23 : 13. Toch duiden deze verschillende uitdrukkingen schakeeringen aan. Volgens de etymologie geeft voftixó; den deskundige, den casuïst,

Sluiten