Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou geen geveinsdheid, maar lafheid zijn , daar geveinsdheid daarin bestaat, dat men het kwade onder den sluier van het goede verbergt, en niet omgekeerd.

Vs. 2. Na de voorafgaande waarschuwing kan deze spreuk niets anders zijn, dan een tegen de Pharizeesche huichelarij gerichte bedreiging. Jezus kondigt aan, dat de ondeugd, die onder dezen vromen schijn verborgen is, onmeedoogend ontmaskerd zal worden; de onreine achtergrond van deze zoozeer bewonderde heiligheid zal aan het licht komen, en dan zal het gezag van deze meesters, die thans de openbare meening beheerschen, instorten. Het üt maar, kondigt deze omkeering aan; het stelt deze toekomstige onthulling tegenover het tegenwoordige oordeel des volks.

\ s. 3. Lukas gebruikt gaarne de uitdrukking' xvö' uv, die eigenlijk beteekent: waarvoor in de plaats (hetzij als belooning of als straf). Zij duidt nu en dan ook een eenvoudige tegenstelling aan; zoo b.v. Wijsh. v. Sal. 16 : 20, waar het volgens Reuss de beteekenis heeft van: daarentegen. In deze beteekenis komt zij op onze plaats voor: „De geveinsdheid der hedendaagsche heiligen en leeraars (de Pharizeën en schriftgeleerden van H. 11) zal ontmaskerd worden; daarentegen zult gij, die thans slechts bedeesd en met zachte stem spreekt, uw stem openlijk doen hooren, zoodat zij in de geheele wereld weerklinken zal. De Hillels en de Gamaliëls zullen geheel op den achtergrond treden, en gij, mijn arme discipelen, zult de leeraars worden van een nieuwe orde der dingen. Weiss geeft een geheel andere verklaring. Volgens hem zou dit vers te kennen geven: „Daarom (xvó' uv), omdat alles aan het licht zal komen, ziet toe, dat gij in het verborgene niets slechts zegt." Maar naar welke aanleiding zou Jezus zijn discipelen gewaarschuwd hebben voor slechte woor>lon, die zij in het verborgene zouden kunnen spreken? Ook moest er dan, in plaats van xiipv%4)j<TSTXi , zal verkondigd woiden, xTroxxiutpittsrtTxi, zal geopenbaard worden, gestaan hebben. Bovendien kan dut' Su, al beweren Weiss en Schanz ook het tegendeel, niet beteekenen: daarom, en heeft het ook nooit deze beteekenis. De aangehaalde voorbeelden

Sluiten