Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jagen, om het overvloedige (vs. 15) te bezitten, maar mag hij zich niet eens angstvallig over het noodzakelijke bekommeren. Als dienstknechten Gods (vs. 34) mogen de discipelen van Jezus rekenen op de teedere zorg van den Meester, in wiens dienst zij arbeiden, niet alleen wat het voedsel, maar ook wat de kleeding betreft. — Vs. 22 spreekt het voorschrift uit; vs. 23 levert het logische bewijs daarvan; vs. 24 licht het toe door een voorbeeld, aan de natuur ontleend. Het logische bewijs bestaat in een argument a fortiori: Hij, die het meerdere (het leven, het lichaam) gegeven heeft, zal nog veel zekerder het mindere geven: het middel om het leven te onderhouden, om het lichaam te kleeden. — Het is belangwekkend, in het aan de natuur ontleende voorbeeld op te merken, hoe de gebezigde uitdrukkingen: zaaien, oogsten, provisiekelder, schuur, in verband staan met de voorafgaande gelijkenis van den rijken dwaas. In de bergrede, waar Mattheus deze woorden geplaatst heeft, staan zij buiten alle verband met deze gelijkenis, waarvan het eerste Evangelie in het geheel geen melding maakt. Wij hebben hier dus wederom een bloem, die bij Mattheus van haar steel gescheiden is (zie bij Luk. 12 : 5—16). Zeker is deze zoo treffende samenhang met de voorafgaande gelijkenis, waardoor de uitdrukkingen in het voorschrift, dat ons bezighoudt, zoo gepast en zoo fijn worden, niet door Lukas verdicht; hij moet dien in de oorkonde, die hij gebruikt heeft, gevonden hebben. Dit geschrift was dus, noch Mattheus zelf, noch dat, waaruit Mattheus geput heeft; of zou deze zoo lomp geweest zijn, zulk een verband uit te wisschen? — In de laatste woorden is het adverb. ,uü\ï.ov, hetwelk gevoegd is bij hxQspetv, dat reeds te boven gaan beteekent, een pleonasme, waarvan de zin is: in de hoogste mate te boven gaan; vgl. Joh. 11:43. — Tegenover de goddelijke almacht stelt Jezus de menschelijke onmacht, die zoo duidelijk gebleken is uit den plotselingen dood van den rijke, en voltooit daarmede het bewijs van de dwaasheid der aardsche zorgen.

Sluiten