Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelte van het vers wordt toegekend, is: „Hoezeer zou ik wenschen, dat dit vuur reeds ontstoken was!" Zoo Olshausen, de Wette, Bleek, Weiss, Keil. Op zichzelf zou het kunnen schijnen, meer in overeenstemming te zijn met de natuurlijke beteekenis van het werkw. ósA«, ik wil, en van de woorden s't en ri, aldus te verklaren: „En wat wil ik (wat kan ik nog verlangen) indien (daar) het reeds ontstoken is?" Jezus zou dan zinspelen op het heftige tooneel van het slot van het voorgaande en van het begin van dit Hoofdstuk. Dit is de door Meyer en vroeger ook door mij aangenomen zin. Toch knoopt zich het 50sle vers gemakkelijker aan dezen uitroep vast, wanneer men dien in den eersten zin opvat, volgens welken het vuur nog niet aangestoken is, zooals Jezus wel wenschen zoude.

Vs. 50. Ongetwijfeld weet Jezus, welke gevolgen het aansteken van dit vuur op de aarde voor Hem-zelf met zich mede zal brengen. Er is een zekere voorwaarde, zonder welke deze geweldige en smartelijke crisis, die plaats moet vinden, niet geschieden zou. Deze voorwaarde is het kruis! Zonder dit zouden al de leeringen en al de wonderen niet voldoende zijn, om de vlam te doen uitbreken. Het Si is adversatief: „Maar opdat dit vuur werkelijk ontstoken worde." De doop, dien Jezus voorziet, is die, waarvan Hij spreekt in Matth. 20 : 22 (als namelijk de aldaar met deze overeenkomende uitdrukkingen echt zijn). Het is de doop, waartoe Hij zich gewijd heeft, toen Hij zich aan den waterdoop onderwierp. Want toen deze handeling aan Hem volbracht werd, aanvaardde Hij al de gevolgen van zijn vereeniging met de bezoedelde en doemwaardige menschheid, die Hij wilde redden en reinigen. Hij-zelf moet de eerste zijn, die omkomt in dit vlammenbad, welks vonken de geheele wereld in vuur zullen zetten. — Deze aangrijpende gedachte werkt krachtig op Hem terug, en met een volkomene openhartigheid spreekt Hij de ontroering uit, die zich van Hem meester maakt. De uitdrukking nuvsxssóxi, geperst, gedrongen, samengedrukt worden, beteekent niet noodwendig: door angst geperst worden zooals Keil beweert, want in Philipp. 1 : 23

Sluiten