Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ys. 5—7. De uitvoering van den bedachten maatregel: „En hij riep tot zich ieder van de schuldenaars zijns heeren in het bijzonder, en zeide tot den eersten: Hoeveel zijt gij mijnen heer schuldig? 6. En hij zeide: Honderd vaten olie. En hij zeide tot hem: Neem uw handschrift1), en ga gauw zitten, en schrijf: vijftig. 7. Daarna zeide hij tot een ander: En gij, hoeveel zijt gij schuldig? En hij zeide: Honderd mudden tarwe. En hij zeide tot hem: Neem uw handschrift, en schrijf: tachtig."

De rentmeester zal spoedig zonder huisvesting zijn; maar hij kent menschen, die huizen hebben. „Laat ons", zoo spreekt hij, „hen tot vrienden maken; dan zullen er huizen zijn, waar men bereid is, mij te ontvangen, als ik zonder tehuis zal zijn." Men lette op de uitdrukking; ieder in het bijzonder. Hij spreekt met ieder afzonderlijk. De zaak is van dien aard, dat zij het liefst onder vier oogen moet worden behandeld. Deze schuldenaars, die hij tot zich roept, zijn kooplieden, wier voorraad door hèm geleverd wordt, en die de goederen op krediet ontvangen, totdat zij ze verkocht hebben en het daarvoor verschuldigde geld kunnen betalen. Een balli of eplia had een inhoud van 20 liters (volgens velen, van 30—40). Rekent men de olie tegen 47i cent per liter, dan waren de 100 baths f 950 of ƒ1900 waard, en was de kwijtschelding van de helft een geschenk van f 475 of f 950. Een kor of chomer had den inhoud van 10 baths, en kon dus 200 liters (of 400 liters) bevatten; de korting bedroeg derhalve van 2000—4000 liters, en als wij de tarwe tegen 23? cents berekenen, is dit een geschenk van f 475— f 950. De kwijtschelding van 20 kors was dus een geschenk

1) X B D L lozen liier en in vs. 7 toc ypoc^izxtx, in plaats van to ypx/zixct.

Sluiten