Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al wie1) de door haar man verlatene trouwt, doet overspel."

Het is waar, dat sedert Johannes de Dooper een nieuw tijdperk begonnen is; met dezen Godsgezant heeft de tijd van voorbereiding van het rijk Gods zijn einde bereikt. Wet er, profeten hebben plaats gemaakt voor de roepstem der goddelijke genade, die alle zondaren uitnoodigt, om in den nieuwen staat van zaken in te gaan. Het wordt (3ix&txi moet in dit verband in passieven zin worden opgevat: „Allen worden op krachtige wijze gedrongen, om in te gaan"; zoo Hofmann. De meesten nemen het in medialen zin: „Ieder dringt zich, om zoo te zeggen, met geweld er in; het is, als wanneer een dichte schare zich haastte, om door deze thans geopende deur binnen te dringen". Maar zou hiermede niet te veel gezegd zijn ? Zou de uitdrukking allen niet een sterke overdrijving bevatten? En knoopt zich het denkbeeld van dringende uitnoodiging niet natuurlijker aan de uitdrukking cüxyyeXl£f<r6xi, de goede tijding verkondigen, vast, dan dat van aanneming? Het koninkrijk Gods is aangekondigd en geopend, en daardoor is ieder plechtig uitgenoodigd, om het in te gaan.

Vs. 17. ITet Si is adversatief: „Nochtans is de geldigheid der wet daarom niet te niet gedaan". De wet heeft een blijvende beteekenis; zij moet den inensch tot berouw, en daardoor tot geloof in bet Evangelie voeren, en eenmaal zal daarnaar worden geoordeeld. — Kepxlx, diminutief van xspx:, hoorn, duidt zonder twijfel de kleine haakjes der Hebreeuwsche letters aan. Het geringste element van goddelijke heiligheid, dat de wet bevat, heeft meer werkelijkheid en duurzaamheid, dan de geheele zichtbare wereld. Als dus het Evangelie de wet vervangt, dan kan dit niet anders geschieden, dan door haar te vervullen, en bijgevolge door haar in haar wezen-

1) T. R. leest xxi txc o, met S A en 15 Mj.j.; BD1 laten weg.

Sluiten