Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken geschetst: de pracht van zijn kleederen en de dagelijksche gastmalen. TIopQupx, het bovenkleed, van purperkleurige wol; fiuorirós, het onderkleed, een tunica van byssus, van fijn Egyptisch linnen. Aan deze trekken herkent men het leven der rijke Pharizeën van dien tijd (20 : 46 en 47).

Vs. 20—21. „En1) voor zijn poort was een arme geworpen, met name Lazarus, met zweren bedekt, 21. en begeerende zich te verzadigen met de kruimels2), die van de tafel des rijken vielen3); maar ook de honden kwamen zijne zweren lekken."

De lezing van den T. R.: en er was een zeker arme. .. ., die. . . . zou van dit tweede tafereel een volkomen tegenstuk van het voorgaande maken, waardoor de persoon van den arme dezelfde beteekenis zou verkrijgen als die van den rijke, hetgeen niet juist zou zijn. Met recht stelt de Alexandr! lezing dien arme voor als een trek, welke tot de schildering van het leven des rijken behoort. Dit heeft Göbel zeer goed aangetoond. De persoon Lazarus wordt slechts geschilderd, voor zoover hetgeen hem betreft dienen kan, om het slechte van het gedrag des rijken en de rechtvaardigheid van zijn straf goed te doen uitkomen. — 'EpêfavTo beteekent niet: hij lag, maar: hij was geworpen, achteloos daar neêrgelegd, als om zich van hem te ontdoen, door hem over te leveren aan het medelijden van den rijke en van hen, die zijn huis bezochten. — De nutoiv is het portaal, dat uitkomt op de groote binnenplaats, die het voorste gedeelte van een groot huis uitmaakt. — In geen enkel ander geval heeft Jezus een naam gegeven aan de personen, die in zijn gelijkenissen

„i'J: y'I !ee9t' ^ A Ca 13 "" nS T'4> eU "< 118 A«0P<,C; NUULX laten »/v en o$ weg.

N B 1 laten de woordeu toiv ^'X'uv weg.

3) Na Movnev lezen eenige Mnn. „vStl( ehSov ctvru: aan Luk lo: Ib ontleend.

Sluiten