Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den lekten, doet zoo goed mogelijk zijn naaktheid uitkomen, en voltooit de schildering van den toestand van verlateuhei , waarin hij zich bevond.

Vs. 22. De dood van beiden: „En bet geschiedde, dat de arme stierf, en door de engelen gedragen werd in den scboot van Abrabam; en de rijke stierf ook en werd begraven."

Lazarus sterft het eerst, uitgeput door ontberingen en lijden. Terstond vindt hij in de hemelsche wereld de werkzame deelneming, die hem hier beneden ontzegd was. Volgens de Rabbijnsche theologie is het de taak der engelen, e zielen der geloovige Israëlieten op te nemen en naar hare rustplaats te brengen. „De rechtvaardigen", zegt de Targum op het Hooglied, „wier zielen door de engelen in het Paradijs worden gedragen." Deze rustplaats wordt door Jezus de schoot van Abraham genoemd, een uitdrukking, die ook door de Rabbijnen gebruikt wordt. Het is, om haar te verklaren, niet noodig, de toevlucht te nemen tot het beeld van een feestmaal (volgens Joh. 13:23). Zij doet zich voor als het geheel natuurlijke beeld van de innigste gemeenschap; vgl. Joh. 1:8: „De Zoon, die in den schoot des Vaders is." Abraham, de vader der geloovigen, wordt voorgesteld als voorzittende bij de geleidelijke vorzameling zijner kinderen, de geloovigen des O. V., die in het andere leven aankomen, zooals wij ons Jezus voorstellen als de geloovigen van het N. V. in zijn schoot opnemende (Joh. 14:3). Uit het pron. »vriv en het feit, dat er geen melding gemaakt is van de begrafenis van Lazarus, trekt Meyer het besluit, dat hij volgens den tekst zooals hij was, met lichaam en ziel, in de hemelsche wereld is overgebracht. Maar deze zonderlinge opvatting zou vereischen, dat hetzelfde ook me Abraham was geschied, hetgeen uitgesloten is door het bericht van Genesis, dat uitdrukkelijk zijn begrafenis te Machpela vermeldt De plaatsen van Genesis, waar gesproken

Sluiten