Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere dingen, dien wij reeds hebben." Zonder het artikel kan de zin slechts dit zijn: „Voeg geloof bij de mate van geloof, die wij reeds hebben; vergroot, versterk ons zwak geloof."

Vs. 6. De lezing s'i elxere, indien gij hadt, is blijkbaar een correctie, waardoor dit werkw. met het hoofdwerkw. èhéyiTs xv, gij zoudt zeggen, in overeenstemming moest worden gebracht. Men moet met de Alexandr., den Alexandrinus en andere Byzant. lezen: s) lyjrs, indien gij hebt. Deze uitdrukking kan op tweeërlei wijze worden verklaard: „Gij vraagt om meer geloof, dan gij hebt; dat is niet noodig; hier is geen sprake van veel of weinig. Zorgt maar, dat gij geloof hebt: hoe klein het ook zijn moge, gij zult daarmede wonderen verrichten, wanneer gij daartoe geroepen wordt." Zoo Buttmann (Beitrdge zur Krit. und Gramm. des N. T.; Stud. und Krit., 1858, bl. 483—485). Of de zin kan zijn: „Ja, gij hebt werkelijk behoefte aan meer geloof, dan gij hebt; want als gij meer had, zoudt gij, wanneer het noodig was, dezelfde werken doen, die ik doe." In dezen tweeden zin zou het: indien gij hebt voor: „indien gij hadC' staan, zooals in vele gevallen (2 Cor. 11 : 4 en bij de classieken), waar het feit eerst, in den voorwaardelijken zin, als werkelijk ondersteld, en daarna, in den hoofdzin, als niet werkelijk voorgesteld is. Het komt mij voor, dat het antwoord van Jezus in den eersten zin opgevat, zich natuurlijker aan de bede der apostelen aansluit. Jezus antwoordt hun, dat het geloof, het moge sterk of zwak zijn, de deur opent voor de werking der goddelijke almacht, de eenige wezenlijke macht in de wereld, die macht, welke de wereld heeft gegrondvest, en waaraan zij onderworpen blijft. Wanneer de menschelijke wil door het geloof het geheim heeft ontdekt , om zich met deze hoogste kracht te vereenigen, dan wordt hij daardoor tot almacht verheven, en in het bewustzijn van deze stelling is hij in staat, zelfs op het gebied der natuur, en zoo dikwijls het rijk Gods het eischt, de belemmering uit den weg te ruimen (den moerbeziënboom weg te nemen), en haar in een middel te veranderen (den boom planten in het zand der zee). — De aor. ïnrvixouvsv xv, hij

Sluiten