Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heer, die zwijgt en zich verbergt; zij zullen een goddelijke openbaring begeeren, al was het ook maar een enkele (.»/«f), zooals die van de oude dagen, als voorspel van de eindelijke verlossing, om hun hart te versterken en de zwakke Kerk te ondersteunen. Maar tot het einde toe zal het zijn: door geloof te wandelen. Oix fyeaös, gij zult niet zien; het object, dat er bij moet worden gedacht, ligt voor de hand (hetgeen gij zult begeeren te zien). Zal het te verwonderen zijn, als onder dergelijke omstandigheden het geloof van het grootste aantal komt te bezwijken (18 : 8)?

Vs. 23. Deze levendige verwachting bij de geloovigen zal hen licht geloovig maken ten opzichte van de buitengewone teekenen, die zouden kunnen geschieden, en eveneens ten opzichte van de verleidelijke stemmen der leugen. De schrijver van deze regels had kunnen zeggen, dat hij driemaal in zijn leven tegenover menschen gestaan heeft, die beweerden, de verwachte hoogste openbaring te zijn, en waarvan twee aanhangers hebben gehad. Letterlijk is dit vers in tegenspraak met vs. 21. Maar vs. 21 had betrekking op het geestelijk koninkrijk, welks komst niet kan worden waargenomen, noch uitgeroepen, terwijl nu sprake is van het zichtbare koninkrijk, welks verschijning valschelijk zal worden aangekondigd. — Het volgende vers zegt ons, waarom al deze aankondigingen noodwendig bedriegelijk zullen zijn.

Vs. 24. De komst des Heeren zal algemeen en plotseling zijn. Maar loopt niet hierheen of daarheen, om een bliksemstraal te zien: zijn glans schittert in een oogenblik van den eenen kant van den horizont naar den anderen; bij rsfc moet X,upx; worden aangevuld. Zoo zal de Heer zich op hetzelfde oogenblik aan de blikken van alle levenden vertoonen. Zijn wonderbare verschijningen na zijn opstanding in de afgeslotene opperzaal zijn het voorspel van deze laatste komst. Maar om zóó te kunnen wederkomen, moet Hij eerst weggaan, moet Hij eerst uitgestooten zijn. Daarop wijst het 259te vers. — De uitdrukking: dit geslacht kan slechts de Joodsche tijdgenooten van den Messias aanduiden. De breuk tusschen Israël en zijn tegenwoordigen Messias, dio reeds een aanvang

Sluiten