Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zetel van het persoonlijk leven en van de zonde, wordt geslagen. De Pharizeër zag in zichzelf slechts den rechtvaardige ; de tollenaar daarentegen ziet in zichzelf slechts den zondaar.

Vs. 14. Het resultaat: „Ik zeg ulieden: Deze ging gerechtvaardigd af in zijn huis, meer dan *) die: want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert zal verhoogd worden."

In de vier andere gevallen, waarin het werkw. hxcttoüv, rechtvaardigen, in ons Evangelie voorkomt (7:29 en 35; 10:2 en 9; 16:15), beteekent het blijkbaar: voor rechtvaardig verklaren, en niet: rechtvaardig maken. Zoo is het ook hier, waar deze goddelijke daad het antwoord is op het IkAaöijTi, wees verzoend,, van den tollenaar, en een tegenstelling vormt met het vertrouwen van den Pharizeër op zijn eigene gerechtigheid (vs. 9). Het is onjuist, dit gebruik van het woord hxxioüv Paulinisch te noemen; het komt reeds in het O. T. voor (vgl. Jes. 50:8, 53:11, Ps. 143:2), en wel op den grondslag van het hoyioSijvzi sU Sixxiixruvyv, dat op Abraham betrekking heeft (Gen. 15: 6). — Bij de lezing >5 sxsTvo?, dan die, van den T. R. zou het # afhangen van een nx\hov, meer, dat er bij moet worden gedacht; maar deze lezing heeft slechts eenige Mnn. aan haar zijde. Bij die der Byz. Mjj., yj yxp èxsïvce, laat zich het vj evenzoo verklaren; het yxp kan niet anders worden verklaard, dan door middel van een vraag, die er bij moet worden gedacht: „meer dan de ander; want zou deze het zelfs kunnen zijn (d. w. z. gerechtvaardigd)?" Bij de Alexandr. lezing xxp1 èxeïvov duidt het ixeïvov het object aan, dat de daad van het rechtvaardigen voorbijgaat, zonder het aan te raken. Als deze lezing de

1) T. R. leest >> £xe/vo«, met eenige Mnn.; A ea 15 Mjj.: i) yxp tKuvof, «DL: t xp tKtivuv.

Sluiten