Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is goed, dan één, namelijk God !). 20. Gij kent de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet dooden; gij zult niet stelen; gij zult geen valsch getuigenis geven; eer uwen vader en uwe moeder. 21. En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden 2) van mijne jonkheid af."

De uitdrukking ap%uv duidt waarschijnlijk het hoofd van een Synagoge aan; vgl. Matth. 9 : 18 (Zp%ov) met Mark. 5 : 22 en Luk. 8 : 41 (xp%i<ruvxyuycs, rfs avvovyay^q).

Mattheus en Markus zeggen hier heel eenvoudig si?; later noemt Mattheus hem ó vtavltricos, de jongeling (vs. 20). Dit verschil doet zelfs Reuss zeggen: „Meer of minder vrije en van elkander onafhankelijke redacties."

De aankomst van dezen man wordt op dramatische wijze door Markus geschilderd: hij liep naar Hem toe, en voor Hem op de knieën vallende... — Hij verlangde in oprechtheid naar het heil, en hij stelde zich voor, dat een edelmoedige daad, een groot offer, zooals zijn rijkdom hem in staat stelde, te volbrengen, hem dat hoogste goed zou waarborgen. Deze hoop onderstelt, dat de mensch bij machte is, in eigen kracht de rechtvaardigheid te verwerven, door het goede te doen, dat hij, bijgevolg, in den grond goed is. Dit ligt ook opgesloten in de wijze, waarop hij Jezus aanspreekt: Goede Meesier; want het is de mensch, dien hij op deze wijze in Hem begroet, daar hij Hem slechts in deze hoedanigheid kent. De letterlijke zin van de vraag bij Lukas is: „Welk werk gedaan hebbende, zal ik (zeker)... beërven ?" Men ziet hier, dat de uitdrukking „het eeuwige leven" als aanduiding van het heil evenzeer tot het Synoptische, als tot het Johanneïsche spraakgebruik behoort.

1) Marcion schjjnt geschreven te hebben: o yxp ayxto; si; e<rriv, c

O TCCTyp.

2) SABI lezen in paats van

Sluiten